Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze verklaring en zoekt verband tusschen vs. 15b en de waarschuwing tegen de dwaalleeraars. Men heeft misschien geoordeeld, dat hij tegen hen te hard was. Welnu! indien zij iets anders, zachter oordeelden, ook dat zou God hun openbaren, nl. dat hun inzicht niet juist was. Haupt schrijft vóór vs. 15b een punt i. p. v. een kolon en heeft niet minder dan ruim vier bladzijden noodig, om het verband tusschen vs. isb en het voorafgaande duidelijk te maken , wat geen bewijs is voor den eenvoud en de klaarheid zijner voorstelling. Wij kunnen de exegese van Haupt niet overnemen, Paulus zou de Judaïsten eerst xóvsc genoemd hebben (3: 2) en daarna zoo zacht over hen oordeelen! Hoe hard is ook zijn oordeel over de dwaalleeraars 3: 18, 19. Haupt stelt de dwaalleeraars als zeer onschuldig' voor, alsof zij niet op het standpunt der wet stonden. ^Vas misschien de zucht om xéXïtot te zijn, niet juist de vrucht van het werk der Judaïsten? Wie kon bij vs. 15b aan het oordeel van vs. 2 denken, dat er zoo ver afstaat? — Vs. 16. IVgeeft hier eene beperking van het voorgaande te kennen, sluit het betoog af en stelt de hoofdzaak op den voorgrond. In een enkel punt mocht men anders denken dan Paulus, wanneer men het in de hoofdzaak, de rechte beschouwing van de StxacoouvT), slechts met hem eens was. Het is eene dringende vermaning. Daarom staat hier de Inf. oxor/stv i. p. v. den Imperativus. Vgl. Rom. 12: 15. Men kan de lezingen van vs. i6b tot drie verschillende rubrieken brengen. A xoï aüxoï axoi^stv. B xb aüxb ^povstv xo> ocotió axor/s?v. C xtö au-oj axor/sFv zavóvi xb auxb 'fpovstv. Tb kb (fpovsTv uit 2:2 is verschillend geplaatst. Kavovt is een interpretamentum uit Gal. 6: 16. Et? 0 en xto otüxw correspondeeren niet. ,, 1 ot het punt, waartoe wij gekomen zijn, daarnaar wandelen", geeft geenen zin. Men wandelt niet naar een punt. Ook had men dan cwtw xouxoj verwacht. Verzwegen is bij tiij aüxoï: xavovt. Evenals Gal. 6: 16 is gedacht aan het bewandelen van denzelfden weg in de kennis der waarheid. De bedoeling is: Laat ons in de practijk toonen, dat wij dezelfde beschouwing aangaande de otzatoauvïj huldigen ! I (jT ocjtw is eenigzins vreemd. Men zou xouxto of auxw verwachten. Paulus wil evenwel de overeenstemming in de beschouwingswijze uitdrukken en schrijft daarom x<o oi'jxfo (Dat. van den modus quo, vgl. Gal. 5: 16, 25, 6: 16). Hij geelt hier eene zachte vermaning tot eensgezindheid.

Sluiten