Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die meer uitwerkt dan het meest ontwikkelde verstand uit kan werken, zal uwe harten en uwe zinnen bewaren in Christus Jezus. Men moet niet verklaren: „de vrede, die het verstand of het begrip van den mensch te boven gaat, zoodat hij niet begrijpen kan, dat er zulk een vrede is", wat in het verband niet past. De mensch der wereld blijft ondanks zijn sterk ontwikkeld verstand zijne zorgen behouden, maar de Christen niet. Die vrede zal uwe harten (ta; xapSfa? Gfxaiv), d. i. uw innerlijk gemoedsleven, en uwe zinnen (xa vo^[tata üfxwv), die hier voorgesteld worden als uit het hart te zijn voortgevloeid, bewaren, toezicht houden (zooals een soldaat, die op wacht staat) in Christus Jezus, zoodat zij in Hem blijven, zich in Hem bewegen, niet buiten zijne gemeenschap gaan, en zij zich te veel met de aardsche dingen zouden kunnen bezighouden. — Vs- 8- ^et T0 ^ trafo wil Paulus den brief besluiten. Reeds 3. i had hij zulks willen doen, maar was toen afgedwaald door de bespreking van de Judaïsten. Thans komt hij tot het eigenlijke slot en geeft zedelijke vermaningen. Plechtig, dringend en van eene wijde strekking zijn de vermaningen. Zesmaal schrijft Paulus Sax en tweemaal si' xtS. Alles, wat tot het genoemde gebied behoort, moet inachtgenomen worden. 'AX^d/j ziet op zedelijke, niet op godsdienstige waarheid. Wij hebben hier geen waarschuwing tegen leugenachtigheid, waarvan in het verband geen sprake is, maar eene opwekking, allen schijn te vermijden, eerlijk en trouw te zijn. Met eenen zekeren klimax staat hier oaa acjxva (van alles wat eerbied afdwingt,

zoodat gij het lage en gemeene vermijdt. De twee volgende adjectiva 8(xata en apa vormen ook eenen klimax en beschrijven evenals de twee voorafgaande het karakter van de daden, maar zij doen zulks in relatieven vorm, terwijl de twee eerste absoluut staan. A= wat rechtvaardig is, overeenkomt met de zedewet, zoodat men het goede doet. 'Ayva staat hooger en beteekent: het reine, wat uit eene edele, zuivere gemoedsstemming voortvloeit, zoodat men al het onreine schuwt. De gezindheid gaat nog boven de daad. — II= wat gaarne gezien wordt, beminnelijk (passief, niet actief welwillend met het oog op het volgende ? waarmede

het correlaat staat). Alleen hier in het N. T. Vgl. evenwel Sir. 4: 7, 20: 13. — ECfyujfio; van den indruk, welken een woord op een ander maakt, wat wèl luidt, van woorden, gesproken in eenen wel willenden geest, die van eene welwillende gezindheid

Sluiten