Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste zending met het hier gezegde in verband te brengen. — Vs. 17. Nogmaals wil Paulus misverstand wegnemen. Tegenover datgene, wat hij niet zoekt, stelt hij datgene, wat hij wel zoekt. Daarom schrijft hij tweemaal s-tC^-rcö. Het komt bij Paulus niet op de materieele gave aan, maar op de gezindheid, welke daaruit spreekt, vrucht van hun Christelijk geloof en hunne liefde, zoodat hij zich over de, mildheid der Filippiërs verblijdt. Deze vrucht groeit, neemt toe voor rekening der lezers (TcAsovd"ov~a si; Xóyov 6[ut>v). Zij verwerven daardoor het welgevallen Gods. Ei; Xo'yov Gjjlcov behoort bij "XsovdCovta, niet bij S7tut(t<o. Op de Filippiërs komt het aan. Daarom staat si; Xo'yov ujxtov met nadruk achterop. — Vs. 18. Paulus heeft geen andere gaven meer noodig. Hij heeft alles binnen, zoodat er niets meer overblijft (Mt. 6: 2, 5, 16), hij heeft het geheel. Nog sterker uitgedrukt: Hij heeft in overvloed (ïueptaasuio). Hij is vervuld, zoodat er geen plaats meer over is (TTSTtX^pcojxai), van Epaphroditus de bezending der gemeente ontvangen hebbend, de gave, welke een offer was, Gode gebracht. De collecte was een offer der dankbaarheid, eerst aan Paulus, maar ter laatste instantie ook aan God, een liefelijke reuk (öafiYj stHoSta;, in de Pentateuch eene staande uitdrukking voor nifTJ m, vgl. ook 2 Kor. 2: 15 r

16 en Ef. 5: 2). De reuk van het offer stijgt ten hemel en is Hem, wien dat offer gebracht wordt, liefelijk. Het is een aangenaam offer (fluaia osxt/( , een terminus technicus, vgl. Jez. 56: 7, Sir. 32: 7, waarbij de persoon, wien het offer aangenaam is, niet uitgedrukt wordt), Gode welbehagelijk. Hier is niet gedacht aan twee offers, een reuk- en een brandoffer, maar aan één offer. — Vs. 19. De gedachte, in si; Xo'yov Gjxcov vs. 1713 uitgedrukt , wordt hier nader ontwikkeld. God, die zijn God is , — ó os öso; \j.vj staat met nadruk — zal al uwe nooddruft, tijdelijke en geestelijke, vervullen, gelijk Hij mijne nooddruft vervuld heeft, naar Zijnen rijkdom, zooals Hij daartoe in staat is Hij zal dat doen sv oo';ïj. Zijn vervullen zal in heerlijkheid plaats hebben, in Zijne machtsopenbaring, in majesteit, nl. bij Christus' wederkomst. Dit zal geschieden in de gemeenschap met ChristusJezus, zooals alles, wat den geloovigeri ten deel valt, hun ten deel valt in de gemeenschap met Christus. — Vs. 20. De opmerking over de collecte besluit Paulus met eene doxologie in den trant van 2 Kor. 9: 15. God nu, die ook onze Vader

Sluiten