Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, nl. de Vader der gemeente, zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen. De collecte beschouwt Paulus als eene bron van onuitsprekelijken zegen voor de lezers zeiven. Deze doxologie ziet op de heerlijkheid der lezers in het voleindigde Messiasrijk.

21. Groet iederen heilige in Christus Jezus. U groeten de

22. bij mij aanwezige broeders U groeten alle heiligen,

23. vooral die van het huis des keizers. De genade van den Heer Jezus Christus zij met uwen geest!

Vss. 21 — 23 bevatten groetenissen en zegenbede. Groet ieder heilige, Gode gewijde, ieder Christen, ook hen, die niet in de gemeente mochten zijn, wanneer deze brief werd voorgelezen. „In Christus Jezus" verbinde men met „groet", niet met „iederen heilige . Vgl. Rom. 16: 22, 1 Kor. 16: 19. De groetenis moet plaats hebben in het bewustzijn, dat zoowel hij, die groet, als zij, die gegroet worden, tot de gemeenschap van Christus Jezus behooren. Met Paulus groeten de bij hem aanwezige broeders. Al heeft hij 2 : 20, 21 zich over de bij hem aanwezige broeders sterk uitgelaten, het zijn toch broeders, die in hoofdzaak hetzelfde

evangelie brachten en denzelfden Heer beleden als hij. Vs. 22.

Verder groet Paulus van alle heiligen, d. i. van alle te Rome aanwezige geloovigen, in t bijzonder van hen. die van het huis des keizers waren, die zeker om speciale groeten gevraagd hadden, ('t e7. zrfi l\7'.(jo(poc oiz'.Gt; is niet de familie van den Caesar, maar zij, die tot zijn huis, paleis, onderhoorigen moeten gebracht worden, de slaven ingesloten. Zoowel hoog als laag geplaatste ambtenaren kunnen daartoe behoord hebben. Hoewel domus Caesaris (Caesarum, Augusta, Augustana, Augustiana, later domus divina) vaak de regeerende familie met al hare leden aanduidt, doet de uitdrukking hier evenwel niet denken aan verwanten van den keizer. Wij zouden dan of sx fïvou;, of d'f aïjictTO? of UüYYevsf? tqu Katoapo; verwacht hebben. Vgl. Philo, Flacc. p. 522 M. si 8r( jj.r( paaiXsu; r(v aXXd ti; twv sx tt(; kaï'aapo; oixi'a;, o'jx ui^stXs TCpovojitav tivgc xal r/stv:

Hippol. Haer. 9: 12 oixixr,; sióy/avs KapTro'fopou Ttvbc avöpo; xiOiCiü ovxo; sx Kct'.aotpo; oixtot;. Men heeft hier niet aan ridders te denken, die eerst na den tijd van Nero eenige ambten aan het hof vervulden. De latere overlevering van equites Caesareani onder de Christenen van dien tijd te Rome <Clem. Hypot. bij 1 Petr. 5: 13) brengt latere verhoudingen

Sluiten