Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 40. Behalve in deze gevallen hoort men een glide na lange vokalen. Dit echter alleen bij personen die in een langzaam tempo spreken. Daar dit niet het normale is en slechts eigenaardigheid is van een kleiner aantal individuen, meende ik, dat de aanduiding hiervan in de woordenlijst achterwege kon blijven.

D. Konsonanten.

§ 41. w is het teeken ter aanduiding van de halfvokaal, deze wordt niet volkomen zooals in het Nederl. uitgesproken, w zet in met stemtoon, de bovenlip wordt vooruit gebracht, de benedenlip iets omhoog vóór de boventanden. De articulatie is slap met wijde kaakopening.

§ 42. j heeft dezelfde uitspraak als in het Nederlandsch; ze wordt niet sterk gearticuleerd.

§ 48. r duidt aan de alveolare r-klank De r die uit dd ontstaan is wordt zeer sterk naar voren uitgesproken.

§ 44. I is de alveolare l, de tong ligt breed tegen de bovenkiezen aan, de lucht ontsnapt zijdelings langs de tanden, vooral in „auslaut". De slag is sonantisch.

§ 45. rn is de labiale nasaal. De sluiting vindt plaats met voorstulpung van de bovenlip na eerst teruggetrokken te zijn. In „inlaut" is deze articulatie minder sterk.

§ 46. n is de alveolare nasaal. De tongspits wordt tegen de alveolae aangebracht.

§ 47. is de gutturale nasaal, deze wordt gevormd aan het voorste deel van het zacht gehemelte.

§ 48. p is het teeken voor de bilabiale harde explosieve. De explosie is zwakker dan in het Nederlandsch.

Sluiten