Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bovenlip wordt vooruit-gebracht na eerst teruggetrokken te zijn; dan volgt de explosie.

§ 49. b, de bilabiale zachte explosieve. Ook hier is de explosie zwakker dan in het Nederlandsch. De bovenlip wordt iets meer vooruitbewogen dan bij de vorming vanp.

§ 50. v, de labiodentale spirant met stemtoon. De klank is zachter dan in het Nederlandsch. De articulatie heeft veel overeenkomst met die van w. Alleen de onderlip wordt vaster tegen de bovenlip aangedrukt en de bovenlip articuleert minder. De kaak is meer gesloten.

§ 51. ƒ, de labiodentale spirant zonder stemtoon. Bij deze wordt de onderlip sterker tegen de boventanden aangebracht. De bovenlip articuleert nog minder naar voren; is gewoonlijk in rust.

§ 52. t is de postdentale harde explosieve. De tongspits raakt het bovenste gedeelte der voortanden.

§ 53. d is de postdentale zachte explosieve. De explosie is zachter dan bij t. De tongspits wordt iets lager gesteld achter de boventanden.

§ 54. s, de scherpe spirant. De tongspits wordt tegen de alveolae aangelegd, vlak achter de boventanden. De mond is meer gesloten dan bij t of <2 De boventanden staan voor de ondertanden, s uit sch (sfc) is meer palataal.

§ 55. z, de zachte spirant. De articulatie is slapper dan bij s. De tong staat iets hooger, tegen de alveolae.

§ 56. k, de gutturale harde explosieve. De articulatieplaats is niet vast. Al naar de omgeving — gutturale

Sluiten