Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 132. a in an (OS. ana) blijft als a Bv. anvai\» aanvangen, beginnen, angon aangaan, aanloopen, anhoh aanhouden, ambelt aanbeeld, anzrn aanzien, andün aandoen, ansprëk» aanspreken.

§ 133. a. in ant is gebleven in geaccentueerde lettergreep , bv. antwö%t antwoord;

is ö geworden in niet geaccentueerde lettergreep. Bv. óntfa>i9 ontvangen, óntxelds ontgelden, óntarva onterven.

§ 134. a in an is verloren gegaan in: nëv» naast, langs.

Wgerm. i.

§ 135. i in bi (OS. bi, be.) is 2. Bv. b^drrga bedriegen, b%vah bevallen, b%giw beginnen, b^gri'pa begrijpen, b%zrn bezien, bezorgd bezorgen, b^dün bevuilen, b^drUf bedroefd, zeer (als adv.), b%tün schaars, bfêtëja besteden, in de kost doen;

werd ij in: bijkom» bijkomen, bijspnry) bijspringen, helpen;

ging verloren in: biit3 buiten.

§ 136. i in gi (OS. gi, ge) is g. Bv. g%bët%r» beter maken, g%böra geboren, gtwolif gewelf, g^mejn gemeen, genoeg, g^müt gemoed, g^nëz» genezen;

ging verloren in: glov» geloven, grof grof, gru[ gering.

§ 137. i in ti (OS. te) is nog over als g in: t^brëk» breken.

§ 138. i in ni komt slechts samengetrokken voor met de stamsilbe. Bv. nvt niet; në'j neen.

Wgerm. u. o.

§ 139. u in fur (OS. for, far, fer) wordt g. Bv.

Sluiten