Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bv. ent einde, kes kaas, stok stuk, bet bed, enz., brök breuk, stëj plaats, dop doop, bó-tsxap boodschap.

§ 148. i in de plur. (bij neutr. -ja- stammen en kortsilbige i• en M-stammen) is » geworden. Bv. stok9 stukken, bed9 bedden, brök9 breuken, stëj9 steden, tvp tijden, lë'p leden.

§ 149. i in de plur. (bij langsilbige ï'-stammen) is verloren gegaan. Bv. derrn darmen, droj draden, do-fin dorens, buk boeken.

W germ. o.

§ 150. o (Got. a, ó, om) is verloren gegaan. Bv. han haan, dum duim, blüm bloem, van vaandel, a% acht, zon dat. zoon.

W germ. u.

§ 151. u in auslaut (OS. w, o, nog na korte wortelsilbe) gaat verloren. Bv. Ut lid, völ veel, zön zoon, den dat. sg. dien, gëf (ik) geef, nëm (ik) neem.

§ 152. u in de pluralis is eveneens verdwenen. Bv. glës glazen, vet vaten.

III. Konsonanten. a. Halfvokalen.

W g e r m. j.

§ 153. j in anlaut is,; gebleven. B\. jö jömgr jammer, Jö%r jaar, jong, jok9 jeuken, )ag9 jagen.

Aanm. j verschijnt als g in: gom gindsche, gont, gonttf ginds, gij gij, jij.

§ 154. j in inlaut is gebleven als j na vokaal. Bv. blüj9 bloeien, gluj9 gloeien, krep kraaien, mep maaien, nep naaien, drep draaien.

Sluiten