Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 164. w in auslaut na r na korte vokaal wordt f. Bv. var%f verf.

§ 165. w in auslaut na r, 2 na lange vokaal, was reeds Wgerm. een vokaal geworden, deze gaat verloren. Bv. gar gaar, keil kaal, gel geel, mei meel, sylil scheel.

B. Liquidae.

Wgerm. I.

§ 166. I bleef behouden in anlaut en in inlaut. Bv. lar^k lang, Iets laatst, loj, lüj lui, lieden, blö^r blaar, plüx ploeg, glïïj» gloeien, kïë-v^r klaver, slim slijm, mah malen, zweh zwellen, s%ela schellen, belkd huilen, melka melken.

§ 167. I bleef eveneens in auslaut met svarabhaktivokaal voor^j, f, k, % m. Bv. mol maal, smal smal, bul buidel, wïïl mol, vvl viel, gel geel, hals hals, zalt zout, gel%p groen, weelderig, hal%f half, kal%f kalf, melqk melk, gel^x geelachtig, bleek, bal%x buik, hal%m halm.

A a n m. I verdwijnt in: as als, zok zulk, hok hoedanig (adj.).

§ 168. II wordt vereenvoudigd tot l. Bv. kiceh kwellen, vah vallen, wils willen.

Wgm. r.

§ 169. r in anlaut blijft r. Bv. rex recht, rerd huilen, rvp rijden, rónt rond, brük broekland, bröjd braden, prvz» prjjzen, prüvs proeven, grüs dichte graslaag, grim huilen, krëj kraai, dröp%l druppel, trön traan, strep$l strook, vrëj vrede, vrij vreef, frost%r%% kouwelijk.

§ 170. r in inlaut blijft tusschen vokalen. Bv. rerd huilen, schreeuwen, lura loeren, spon sparen.

Sluiten