Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l, r, n. Bv. briït bruid, bet bed, ë't eed, mejt meid, dö't dood (adj. en subst), vrë-t wreed, lë-t leed, ar^bejt arbeid; bëjt bidt, zëjt zaait, kewt kauwt, döwt duwt, riolt naald, golt goud, olt oud, at aard, bat baard, hant hand, vmt vindt, kent kent.

§ 211. d in auslaut na m werdt t. Hier heeft zich een p ontwikkeld, die eindkonsonant werd, na afval van t. Bv. vremp vreemd, hemp hemd, hij nümp noemt, rümp ruimt, schiet op, g%nümp genoemd.

§ 212. d in auslaut na konsonant p, k, t, ƒ, Xt s» viel af. Deze komt slechts voor in de conjugatie (3. sg. praes. en part. praet. zw.) en is reeds vroeg nit p ontstaan. Bv. grip grijpt, lüp, lop loopt, kik kijkt, zop zuipt, trik trekt, mel^k melkt, bek bakt, zit zit, bit bijt, gif geeft, drif drijft, léf leeft, de% denkt, brex brengt, les leest, wis wijst, qidöf gedoopt, gyuk gejeukt, gfóxQt geschud, g%lëf geleefd, gzzox gezocht.

c. Alveolaren.

Wgm s.

§ 213. s in anlaut is gebleven voor liquidae, nasalen, harde explosieve en x• Bv. sldn slaan, slek slak, smal smal, smëqr vuil, slaag, snüvd snoeven, snüva snuiven, spöl spel, spip spuwen, spritl» springen, stargk sterk, stëks steken, strol straal, strö'j stroo, strop strooien, sxen scheen, sxar^p scherp, sxöld^r schouder, srvvd schrijven.

§ 214. s in anlaut werd z voor vokalen en in de verbinding sw. Bv. zant zand, zëga zegen, zü%r zuur, zvk ziek, zo'vs zeven, zwö%r zwaar, ziedt zwart, zok zulk, züt zoet.

Aanm. s in: sestyx zestig, sovfax zeventig.

4

Sluiten