Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dings- of flexievokalen ontbreken in het hedendaagsche dialect. Slechts in een enkel geval zijn ze gebleven, n.1. ter aanduiding van de pluraal; waar ze dus dragers waren van een begrip Maar ook hier hebben ze hun bepaalde klankkleur verloren en verschijnen geregeld als toonlooze 9. Zoo bv. zak9 zaken naast zeik zaak, old,9 naast olt oud, stok9 naast stok stuk, enz. Zie § 144, 146, 148.

e. Vokaaluitval (Synkope.)

§ 279. De vokaal eener toonlooze slotlettergreep is uitgevallen behalve voor l, r, n.

Voor l en r had zich ook elders een irrationeele vokaal ontwikkeld. Deze beide vielen nu in g samen. De vokaal voor n verloor ook zijn kleur en werd, na afval van n, als 9 tot eind vokaal. Bv. diïv%ls duivels, peptfs peppels, sna%s 'snachts, ho-f hoofd, drï-f je drijft, ggvröx gevraagd, het hert; — öv$r over, vad%r vader, kët?l ketel, s%ot%l schotel; — ho~r9 hooren, vröq9 vragen, tini» tongen, enz. Zie § 140, 141, 142, 143.

II. Konsonantisme.

a. Verscherping van zachte konsonant.

§ 280. Stemtoonhebbende klanken worden in auslaut toonloos:

b in auslaut wordt p. Bv. rip rib, krip krib, hep ik heb enz. Zie § 186.

d in auslaut wordt t. Hierbij is het om 't even of d aan Wgerm. d of p beantwoordt. Bv. nölt naald, bat baard, liant hand, enz. Zie § 210.

y kwam in auslaut slechts voor in verbinding met nasaal. Deze verbinding is k geworden in: la^k lang,

Sluiten