Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jó^k jong, rittfc ring naast la>i, ?ó>j, ri>g. In de overige woorden is tot g geworden. Br. eng, tótj tong, enz. Zie § 224.

6 in auslaut werd f. Bv zaltf zalf, af af, gêf gaaf, enz. Zie § 189.

y in auslaut werd %. Bv. trö% traag, ar%x erg, lëz laag, enz. Zie § 227.

b. Yerzachting van scherpe konsonant.

§ 281. ƒ is in anlaut tot v geworden. Bv. varka varken, vartf verf, vnfyk vuilik, enz. Zie § 190.

Op deze regel maken een uitzondering eenige woorden, die f hebben voor r en voor l. Deze zijn dezelfde als in het Nederlandsch. Bv. fris frisch, flauw, benevens fas%löv%t vastenavond.

§ 282. s in anlaut is tot zachte spirant z geworden, voor vocaal en voor w. Bv. zü%r zuur, zwö%r zwaar, zilt zoet. Een uitzondering hierop maken sest%% zestig, sov%ntz% zeventig.

s blijft voor liquida, nasaal, explosieve en %. Zie §§ 213, 214.

§ 283. s in inlaut wordt zachte spirant z. Bv. Iëz3 lezen, vrlzd vriezen, enz. Zie § 215.

Naast deze komt s voor in besgm bezem.

c. Vereenvoudiging van geminata.

§ 284. Geminata ontstonden in het Wgermaansch door invloed van volgende ƒ, w, l, r, n, m. Deze zijn vereenvoudigd, ze hebben echter sporen achtergelaten, daar voorafgaande korte klinker niet gerekt werd. Bv. kiceh kwellen, ap%l appel, hebs hebben, b^sefa be-

Sluiten