Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ravota, ravotten. rak», raken. ram, raam.

rex, recht 72, 169, 198, 233. rep, kammen. rejko, reiken 155. rejn, helder, schoon 116,

181, 229, 248, 323. rejz», reizen.

rejz», vallen. Van koren gezegd, dat uit de aren valt.

rek», rekken 140, 155.

rjrB&Ldfx^ mannetjeskonijn m.

ret, reet.

reg», regen 276.

r#ra, schreeuwen, huilen

169, 170. rep, riem 115. ri%%l, regel, houten stijl. rij, rij.

rip, rrp rijden 100, 169, 357.

ri^k, ring 182, 224, 280. np, rib 186. rrf, ruim, rojaal. rrf, rasp f. rïm, riem 125. rox, rogge f. 80. rol, rol f. 80, 81 aanm. röf, roof, korst f. rop, raden.

rot, raad m. 92.

röff», rauw 113, 163.

röz», razen.

röj$l, schommel.

röpzl, houten stijl, waar de

koeien aan staan.

rös, rust f. 198.

rös%l, reuzel.

röt%fo, druk praten.

rönt, rond 169.

rów, ruw 163.

röwgï'2%1, ijzel.

rö'm, room 120.

rcrt, rood 120, 204.

rox, rug 89, 223, 229.

ronsel, kamrad.

ro-p», rooven 121, 155.

rup, rups f. 364.

rut, ruit f. 110, 197.

rups, roepen.

rür, druk, luidruchtig.

rüt, roet 197.

rük», ruiken 112, 358.

rïm», ruimen, opschieten

112, 211. ril/kfik, raapkoek 105, 188. rür», roeren 229. rïïzr, ruzie.

SestfrXy zestig 214 aanm , 282. sik%no-r%X) ontevreden, fit-

ziek. srtu, aanstonds.

Sluiten