Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der aarde gezonden. Daarbij gevoegd was de Pauselijke Encycliek „Quanta cura", waarin Pius IX als wachter van den geloofsschat 16 met de dwalingen van den Syllabus verwante stellingen veroordeelde (S. 113). 12 dezer stellingen der Encycliek staan ook in den Syllabus. Bovendien bevat deze 22 stellingen der Gerbetsche instructie en 23 stellingen uit den eersten Syllabus van 1862. In het Gerbetsche ontwerp vindt men van de 28 punten van kardinaal Fornari 13. Aan den Syllabus en de Encycliek was een geleibrief van den Kardinaal-Staatssecretaris Antonelli bijgevoegd.

3. Autoriteit en Beteekenis van den Syllabus.

De Syllabus werd door Pius IX wel niet ex cathedra uitgevaardigd, was dus volgens zijn oorsprong niet onfeilbaar. Maar hij werd door alle bisschoppen der Katholieke Kerk, die in vereeniging met den Paus het onfeilbare „algemeene leeraarsambt" der Kerk vormen, éénstemmig aangenomen. Krachtens deze aanneming door het geheele episcopaat, verkreeg de Syllabus onfeilbaar aanzien in de Kerk. Met andere woorden: Iedere Syllabus-stelling bevat een dwaling, bij wier bepaling de Kerk door den bijstand van den Heiligen Geest niet dwaalde en niet dwalen kon. Deze dwaling is door de Kerk deels in den naam en op last van God zelf verworpen. Met betrekking tot deze groep der stellingen, is de Syllabus dogmatisch onfeilbaar, hi| verwerpt kettersche stellingen en geloofsdwalingen. Geloofsdwalingen zijn bijvoorbeeld de stellingen 1—7 9 16 19 21 23 24 34 37 39 40 49 56 58 60 64 65—70. Deels is deze dwaling door de Kerk krachtens de eigene haar door God verleende autoriteit (Macht) verworpen. Met betrekking tot deze andere groep van stellingen is de Syllabus (zuiver) kerkelijk onfeilbaar, d. w. z.: de kerk heeft deze dwa-

398

Sluiten