Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat God geschapen heeft, beschermt en regeert God met Zijne Voorzienigheid, „die zich machtig van het eene einde naar het andere uitstrekt en het heelal mét zachtheid bestuurt." (Wijsh. 8, 1). Bijzondere voorzorg draagt God voor de menschen: „Hem is veel aan U gelegen". (1 Petr. 5, 7). — Rede en geloof betuigen gelijkerwijze de aanwezigheid der goddelijke voorzienigheid en wereldregeering. Het pessimisme van het Boeddhisme en der systemen van Schopenhauer en Ed. v. Hartmann, heeft ongelijk, indien het het bestaan van het kwaad, van het lijden, tegen het bestaan der voorzienigheid aanhaalt. Want ook het lijden kan goed brengen, de zedelijke verbetering van den mensch. En verder is de beslissende vereffening eerst hiernamaals.

Katholieke leer: Men mag niet eiken invloed van God op menschen en wereld loochenen (daar God alles onderhoudt en regeert).

3. Syllabus-stelling: „De menschelijke rede, beschouwd zonder eenige betrekking tot God, is de eenige scheidsrechter van waar en valsch, van goed en kwaad; zij is zich zelve tot wet en uit hare eigene krachten genoegzaam om voor het welzijn der menschen en volken te zorgen".

De menschelijke rede is een scheidsrechter tusschen waar en valsch, goed en kwaad, maar niet de laatste en hoogste. Het opperste gerechtshof is in den hemel. De menschelijke rede heeft wel is waar de kracht, het natuurlijke doel bereiken. Maar feitelijk heeft zij het uit eigen schuld nooit bereikt, zooals de religieuze en sociale ellende der cultuurvolken van den ouden en nieuwen tijd voldoende bewijst. De hoog

409

Sluiten