Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zulk een middeleeuwsche curialist schijnt ook Kant geweest te zijn, omdat hij, geheel onhistorisch, van de wetenschap verlangt, dat zij „altijd dogmatisch, d. i. uit betrouwbare beginselen a priori streng bewijzend moest zijn". (Kritik der reinen Vernunft, Vorrede zur 2. Ausg. XXXII). Schrikt het Protestantisme voor eene dogmatische beoordeeling terug, dan schijnt het weinig betrouwbare beginselen te hebben. In het liberale Protestantisme van heden is de openbaringsinhoud tamelijk verdwenen. Volgens Adr. Harnacks „Wesen des Christentums" bestaat dit in de leer van God den Vader en de oneindige waarde der menschelijke ziel. Volgens Goldschmied is dit echter ook de inhoud van het Jodendom.

Dus zou het Protestantisme niet eens meer, zooals de in den Syllabus opgenomen stelling luidt, een andere vorm van denzelfden christelijken godsdienst, maar slechts een andere vorm van het Jodendom zijn. Daar het Protestantisme historisch en dogmatisch een afval van het volle en geheele Christendom is, zoo moet het eene ketterij genoemd worden. Volgens den wil van Christus is het echter niet voldoende, slechts 't een of ander willekeurigs naar eigen keuze te gelooven, maar het was zijn wil, dat de apostelen den volken „alles leeren wouden, wat ik U ooit gezegd heb." (Matth. 2S, 20).

Daar de Katholieke Kerk, zooals op eene andere plaats bewezen wordt, dezelfde is als de Kerk van Christus, zoo kan men in zich en objectief in het protestantisme God niet even zoo goed behagen als in de Katholieke Kerk. Tot zoover over het Protestantisme als religieus-historisch systeem. Wat de Protestanten als personen aangaat, zoo geldt hierover het bij stelling 17 gezegde. Goede, godvreezende Prote-

43?

Sluiten