Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter Gods moet volgens het ideaal van het liberalisme (hierin lucus a non lucendo) eene dienstmaagd van den staat zijn, de staat moet de alleengerechtigde bezitter van alle rechten zijn. Derhalve heeft § 5 den liberalen toorn in hooge mate verwekt.

De samenhang is de volgende. Indien de staat de eenige bron van 't recht is (39), dan is de Kerk slechts een staatsdepartement, de „zwarte politie", (19, 20, 28, 29). De Katholieke godsdienst is niet de alleen ware (21). De Kerk heeft hoogstens in geloofszaken iets te zeggen (22) en ook hierin hebben de algemeene concilies zelfs gedwaald (23). Op het wereldsche komt aan de Kerk volstrekt geen invloed toe (24), maar uitsluitend aan den staat (25). Derhalve heeft de Kerk geen recht op inkomen en bezit (26). De Paus en de geestelijken moeten zich over het algemeen niet met wereldsche dingen bemoeien (27). De kerkelijke vrijheid van vroegere eeuwen was een zuiver staatsgeschenk (30), dat thans niet meer met den tijdgeest overeenstemt (31) en derhalve afgeschaft moet worden (32). Ook de leiding der theologische studies komt niet uitsluitend aan de Kerk toe (34). De leer der onbeperkte pauselijke macht is eerst in de middeleeuwen ontstaan (34). Het pausdom kon zeer goed van Rome ergens anders heengebracht worden. (35) Nationaal-concilies zijn beslissend (36), Nationaalkerken gerechtigd, vooral, daar de pausen aan de scheuring tusschen oosten en westen schuld hebben (38).

De Kerk is door Christus zelf, den Zoon van God, volgens de getuigenis van het evangelie, gesticht. Hij sprak tot Petrus: „Gij zijt de steenrots, waarop ik mijne kerk zal bouwen ; en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. — Ik zal u de sleutels van het Hemelrijk (der Kerk) geven. Wat gij op aarde zult

437

Sluiten