Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binden, dat zal ook in den hemel gebonden zijn ; en wat gij op aarde zult ontbinden, zal ook in den Hemel ontbonden zijn".

Deze woorden zijn voor liberalen en antiliberalen, ultramontanen en anti-ultramontanen bij Mattheus 16, 18, 19 geschreven, zij laten aan duidelijkheid wat betreft de op godsdienstig, kerkelijk gebied onbeperkte, win den staat geheel onafhankelijke wetgevende macht der Kerk geen redelijken twijfel over. Men moet de Godheid van Christus, of de echtheid van het Mattheusevangelie loochenen, om daarover heen te komen. \ oor menig liberaal is dit wel is waar geen bezwaar. De vrijheid en rechtsgelijkheid van Kerk en Staat, van elk genootschap op haar gebied, heeft Christus zelf insgelijks uitgesproken: „Geeft den keizer, wat den keizer toekomt, en God, wat aan God toekomt". (Matth. 22, 21). Niet eerst in de 19. eeuw werd met 'toog op den tegenwoordigen tijd van Katholieke zijde de rechtsgelijkheid voor de verhouding van staat en Kerk vastgesteld. (Goetz 119). De verhouding van Staat en Kerk heeft Leo XIII in de encyclieken „Diuturnum" over de burgerlijke macht van den 29. Juni 1881, en ,,Immortale Dei over de christelijke staatsregeling van den 1. November 1885 met verlichte wijsheid uiteengezet. De uiteenzettingen van den „Katholieken" Dr. theol. et jur. W. Martens: „De betrekkingen der stellingen bo\en, naast en onder elkaar van staat en kerk', Stuttgart 1787, bewegen zich in hetzelfde spoor als die van den „Katholiek" Frohschammer. Martens zegt (385): „Het kan zonder vooringenomenheid niet geloochend worden, dat in den Syllabus het hierokratische systeem tot uitdrukking gekomen is", dat hierokratie en constitutioneele staat elkaar uitsluiten. Ook de door de liberalen zoo zeer gevreesde indi-

438

Sluiten