Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

christelijk maken wil, niet. Het doet vreemd aan, dai juist tot den Pruissischen militairstaat behoorende landgenooten van den krachtmensch Bismarck, zooals Hoensbroech en Goetz, zulk een angst voor de indirecte macht der Kerk hebben. Hoensbroech heft in zijn Syllabusgeschrift (69—91) daarover een vreese1 ijk lawaai aan, wat dan in zijn geschrift „Kirchenpolitisches Programm auf geschichtlicher Grundlage" verder klinkt. De protestantsche theologie-professor Walter Kohier in Giesse.n, laat Hoensbroech in de ,,Christlichen Welt" 1907, N. II, S. 260 enz. de vólgende afscheping ten deel vallen: „Sedert het vaticaansche concilie (eerst ?) is het Katholicisme op het (onstoffelijk) soevereine Pausdom vastgelegd; daarmede moet de staat, indien hij een draaglijken toestand wil vestigen, rekening houden.

„Op een punt echter moet men attent maken, omdat het in den regel over 't hoofd gezien wordt: het partij trekken van de in het Katholicisme zelf aanwezige beschavende krachten door den staat. Zelfs de in Hoensbroech's geschiedkundig gedeelte aangehaalde ultramontane theoriën zijn rekbaar genoeg om den cultuurstaat geen ernstige beletselen te veroorzaken. Laat men maar de leer nemen over de zoogenaamde indirecte macht van het pausdom over wereldsche dingen. Het staat toch niet zoo, zoo als Hoensbroech het gaarne zou willen (S. 34), dat met haar de leer van "de „directe" macht van den Paus slechts vergoelijkt, de zaak echter dezelfde gebleven was, neen de leer erkent in beginsel in temporalibus (in het wereldsche) eene zelfstandigheid en hoogste macht van den staat (S. 65 e. e.) ; slechts dan, wanneer deze macht mogelijk belangen van het godsdienstig leven benadeelt, behoudt zich het Pausdom eene verbetering daarvan voor."

451

Sluiten