Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25. Syllabus-stelling: „Buiten de macht aan het episcopaat eigen, is eene andere tijdelijke macht daaraan toegekend, door het burgerlijk bewind of uitdrukkelijk of stilzwijgend vergund, en daarom ook door het burgerlijk bewind, wanneer dit het goedvindt, te herroepen".

Uit Nuijtz (blz. 49), die elke uiterlijke bestuurs- en regeeringsmacht der bisschoppen betwistte. De bisschop zou dan op grond „van zijne hem kenmerkende macht enkel en alleen pontificale missen celebreeren, ordineeren, vormen, zegeningen uitspreken, etc." (Heine, Syllabus 140). Dat zou inderdaad het liberale ideaal zijn, de Kerk binnen de vier kerkmuren op te sluiten. Wanneer onder de wereldsche macht de middeleeuwsche macht bedoeld is, die aan vele bisschoppen verleend werd, dan is het juist, dat deze macht onder veranderde omstandigheden eindigen kon. Maar eene dergelijke macht werd niet aan het episcopaat als zoodanig erkend, maar slechts aan enkele bisschoppen. Döllinger (Kleinere Schriften 208) vergist zich, indien hij meent, dat de ultramontane beteekenis van deze stelling is, dat een staat, wanneer hij vroeger eens aan de bisschoppen bepaalde zuiver wereldsche rechten afgestaan heeft, die nooit meer mocht herroepen.

Katholieke leer: In het bisschoppelijke ambtsgezag is geenszins naast de macht het episcopaat eigen nog eene andere wereldsche macht toegekend door den staat of uitdrukkelijk, of stilzwijgend vergund en daarom ook door den staat, wanneer hij dit goedvindt te herroepen, (maar het bisschoppelijke ambtsgezag omvat volgens eigen recht, ook uiterlijke, met den godsdienst in betrekking staande dingen).

26. Syllabus-stelling: „De Kerk heeft geen haar

453

453

Sluiten