Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar daardoor rechtstreeks vereischt, is eene verstandige inachtneming der nationale eigenaardigheden van een volk; dit toont ons ten duidelijkste de geschiedenis der christelijke Kerk van af haar eerste bestaan". Tegenover dezen Iaatsten eisch toont Rome zich ook niet principieel afwijzend. Toch kan slechts in gemeenschap met het Episcopaat in Rome iets verkregen worden.

Katholieke leer: Aan het gezag van den Roomschen Opperpriester onttrokken en geheel van hem gescheiden nationale Kerken mogen niet ingesteld worden, (daar de Paus het Opperhoofd der geheele Kerk is).

3S. Syllabus-stelling: „De overmatige willekeurigheden der Roomsche Opperpriesters hebben bijgedragen tot de scheiding der Kerk in Oostersche en Westersche".

Uit Nuijtz. Het kan niet geloochend worden, dat >n Rome eenige misgrepen plaats gehad hebben. Maar deze waren niet, zooals de zin der stelling bij Nuijtz is, de hoofdoorzaak der noodlottige scheiding. De hoofdoorzaken waren nationale hoogmoed en verslapping van net godsdienstig leven bij de Grieken. De opmerking van Goetz (172) dat deze stelling den ultramontanen geschiedschrijver eene objectieve waardeering dezer aangelegenheid onmogelijk maakt, is weer een teeken, hoe gering de kerkelijk-historische kundigheden van Ooetz zijn. Anders moest hij weten, dat de beoordeeling van den Syllabus met de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek overeenkomt. Alaar Goetz schijnt de onvoorwaardelijke veronderstelling te hebben, dat geschiedenis en dogma elkaar zonder meer moeten tegenspreken.

'405

Sluiten