Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de staatsregeeringen, die dan in kerkelijk vijanigen zin invloed moesten uitoefenen. Zonder goddelijke goedkeuring bestaat er over 't algemeen geen zedewet. De zedelijke grondbegrippen: goed en kwaad, geweten, verantwoordelijkheid, absoluut karakter der zedewet, kunnen zonder een oneindig heilig Wezen niet verklaard worden. De „kategorische imperatief" van Kant is een geheel ongeschikte grondslag der zedelijkheid. De menschelijke wetten mogen niet willekeurig zijn en niet in tegenspraak met de door God gegeven natuurwetten (vgl. stelling 39): anders is de tirannie en het despotisme aan 'de'orde van den dag. Aan den anderen kant kan nog zooveel kruiperij jegens de staatsbestuurders over de staatsgevaarlijkheid der atheïstische wetsopvatting niet heen helpen.

Katholieke leer: De zedewetten behoeven de goddelijke bekrachtiging, en het is volstrekt noodig, dat de menschelijke wetten met het natuurrecht overeenkomen en van God verbindende kracht ontvangen.

57. Syllabus-stelling: „De wijsbegeerte en de zedekunde, alsook de burgerlijke wetten, kunnen en moeten van het goddelijk en kerkelijk gezag afwijken". Hangt met de stellingen 10, 44, 54, 55, 56 samen.

Ook op haar gebied zijn natuurlijke zedekunde, staatswetten en wijsbegeerte altijd aan de góddelijke autoriteit onderworpen. Zoodra zij het godsdienstig-kerkelijke gebied raken, is de kerkelijke autoriteit ingelijks bevoegd.

Katholieke leer: De wijsbegeerte en de zedekunde, als ook de burgerlijke wetten, kunnen en moeten van het goddelijk en kerkelijk gezag niet afwijken.

58. Syllabus-stelling: „Er zijn geene andere krach-

482

Sluiten