Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet niet in alle geval uitgeroepen en gehouden worden.

63. Syllabus-stelling: „Men mag aan zijne wettige vorsten de gehoorzaamheid weigeren en zelfs tegen hen opstaan".

Gehoorzaamheid weigeren aan zijne wettige vorsten en zelfs tegen hen opstaan is nooit geoorloofd. Onrechtvaardige wetten verplichten niet tot gehoorzaamheid, daar God tot niets onrechtvaardigs in geweten verbindt. Maar ook tegen zulke „wetten" is geen actief, maar slechts een passief verzet toegestaan. Ook liberale staatsrechtleeraren bestrijden de absolute gehoorzaamheid jegens den staat. Zoo schrijft Bluntschli (Die Lehre vom modernen Staat 1876 II, 664, bij Heiner, Syllabus, 286): „Het recht van den staat over den mensch is niet absoluut, en dus ook de gehoorzaamheid, die de Staatsburger aan de overheid, de particulier aan het staatsgezag schuldig is, niet absoluut.... Geen individu is verplicht zoo te gelooven, zoo te denken, zoo te voelen, zooals liet staatsgezag zich misschien aangematigd heeft voor te schrijven". Tegen deze ultramontane staatsgevaarlijke leer van Bluntschli zwelgen Hoensbroech en Goetz in de zaligheid van de absolute gehoorzaamheid jegens den souvereinen staat. Wanneer echter de souvereine Japaneesche staat den beiden anti-ultramontanen kampioenen het Harikiri (buik opensnijden) gebood, zouden zij dan niet liever de ultra-montane leer van den Syllabus belijden ?

Katholieke leer: Men mag aan zijne wettige vorsten de gehoorzaamheid niet weigeren en nog minder tegen hen opstaan.

487

Sluiten