Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarvan onderwerpen, om strafgevolgen te vermijden. Voor de zedelijkheid is het burgerlijk huwelijk verderfelijk. „Er kan niets dwazers bestaan, dan wanneer de staat door middel van het zoogenaamde imperatieve (verplichtende) burgerlijke huwelijk aan zijne Katholieke onderdanen eene instelling opdringen wil, die de Kerk als een holle fictie en als verlokking tot ontuchtigen levenswandel verafschuwen moet". (Tosi 198). Een hoofdgebrek van het burgerlijk huwelijk is, dat het de ontbinding van het huwelijk bevordert, terwijl het huwelijk volgens den wil van Christus onoplosbaar is. De liberale wetgeving aangaande het burgerlijk huwelijk is dus direct anti-christelijk. Dat belet natuurlijk den heer Goetz niet daarvoor op te komen.

De samenhang is als volgt: Het huwelijk is geen sacrament (65), althans is dit voor het huwelijkscontract van minder belang (66). Het huwelijk is ontbindbaar (67). De Kerk heeft de huwelijksbeletselen langzamerhand ingevoerd (69), zoo ook onder Bonifacius VIII (72), maar ten onrechte (68). Het concilie van Trente heeft niets dogmatieks over de huwelijkswetgeving beslist (75). De Trentsche vorm der huwelijkssluiting kan door de staatswet opgeheven worden (71). Ook tusschen Christenen kan een bloot burgerlijk huwelijk bestaan (73), daar het huwelijk tot den staat behoort (74).

65. Syllabus-stelling: Het kan op geenerlei wijze toegegeven worden, dat Christus het huwelijk tot de waardigheid van een sacrament verheven heeft.

Reeds de apostel Paulus noemt het huwelijk „een groot geheimenis (sacramentum) in Christus en in de Kerk". (Eph. 5, 32). In tegenstelling hiermede noemt

490

Sluiten