Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belang zijn. Behrens heeft zich daarover slechts in zeer enkele gevallen uitgelaten. Ik heb daarom die grensverhouding (zie latei) in de belangrijkste gevallen bepaald.

De snelheid en beknoptheid van uitvoering der microchemisehe analyse wordt overdreven voorgesteld. Behrens zelf heeft al te zeer op het analyseeren in een „minimum van tijd" (Anleitung, bl. 8) de aandacht gevestigd en daardoor verkeerde voorstellingen gewekt. Waar hij vermeldt dat eene oplossing van calcium, magnesium, zink, mangaan, kobalt en nikkel in 40 minuten microchemisch onderzocht kon worden, mag dit waar zijn voor het geval dat ongeveer gelijke hoeveelheden dezer metalen aanwezig zijn, maar zeker is dit niet zoo, wanneer van de samenstelling der genoemde oplossing aan den analyticus niets bekend is en eenige dei genoemde metalen in zeer kleine hoeveelheid naast groote hoeveelheden der andere metalen gezocht moeten worden. Eveneens heeft Behrens' beschrijving van de analyse eener oplossing, die zilver, kwik, lood, bismuth, tin en antimoon bevatte, en waarvan de reacties op een enkel lang objectglas plaats konden vinden (Anleitung, 1. c.), aanleiding gegeven tot de legende, dat men voor de microchemisehe analyse slechts een groot aantal druppels naast elkaar behoeft te plaatsen op een zeer lang objectglas en elk dezer druppels te bedeelen met een bepaald reagens om daarna, door deze glasreep onder het microscoop door te schuiven, te kunnen aflezen welke metalen wél en welke niet aanwezig zijn. Ook de analyse van het mengsel der genoemde zes metalen, in ongunstige onderlinge verhoudingen, biedt vele moeilijkheden.

Ook wat beknoptheid der methode betreft, zijn verkeerde voorstellingen door een voorbeeld van Behrens ontstaan. Hij beveelt aan (1. c. bl. 9) om tot filtratie niet anders dan in geval van hooge noodzakelijkheid zijn toevlucht te nemen en beschrijft een analyse van aluminium, calcium en magnesium, waarbij filtratie geheel vermeden wordt. Men diene evenwel weer te bedenken, dat dit ook alleen opgaat bij een gunstige onderlinge verhouding dezer metalen, maar dat men b.v. bij eene verhouding dezer drie van 1 : 100 : 1 veel meer werk moet doen om tot een goede uitkomst te geraken.

In het algemeen is het streven van Behrens geweest om alles met behulp van de platinanaald en de noodige voorwerpglazen te willen doen en zich zooveel mogelijk van andere utensiliën te onthouden. De ondervinding heeft mij echter geleerd dat men kleine

Sluiten