Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewenscbt en noodig kan zijn. Immers men kent hier de stoffen (n.1. de gezochte stof en het reagens), waaruit de kristallijne afscheiding opgebouwd kan zijn en kan daardoor onder de gegeven omstandigheden tot zijn identiteit besluiten door eenvoudige beschouwing onder het microscoop. Zoo zijn bijv. de rhomboëders van rubidiumcadmiurnchloride aan hun vorm alleen moeilijk te onderscheiden van die van natriumnitraat, maar verwisseling is natuurlijk buitengesloten, wanneer men met rubidiumchloride op cadmium reageert (zie later).

In verband met het feit dat bij een inicrochemische reactie minder gelet wordt op het ontstaan van een precipitaat, dan wel op den kristallijnen habitus van eene afscheiding, is het ook verklaarbaar dat de gevoeligheid van een microchemische reactie niet in de eerste plaats afhankelijk is van de meer of mindere onoplosbaarheid van het reactieproduct, maar naast het moleculairvolume (zooals door Behrens is aangetoond; zie Anleitung bl. 2) voornamelijk van het kristallisatievermogen. De microchemische methode heeft zich daarom voornamelijk toe te leggen op het verkrijgen van goed waarneembare kristallen van het reactieproduct en dit mogelijk te maken ook liefst voor zeer kleine hoeveelheden en bij voorkeur ook naast groote hoeveelheden van begeleidende stoffen.

Essentieel is daarom de doelmatige bereiding der microchemische preparaten. Wanneer men in een reageerbuis microkristallijne neerslagen maakt door twee oplossingen (die van de te onderzoeken stof en die van het reagens) bijeen te voegen en liefst ook nog dooreen te schudden, dan blijken deze afscheidingen, overgebracht op het voorwerpglas, maar zeer zelden geschikt voor microscopische herkenning. De kristallen zijn dan meestal zeer klein en drijven los rond in den druppel vloeistof.

De methode om in plaats daarvan rechtstreeks te reageeren op het voorwerpglas — en wel dicht bij een der hoeken om bij eventueel noodige verwarming het springen van het glas te voorkomen — en het gebruik daarbij van de reagentia in vasten toestand of anders als verzadigde oplossing, zijn verbeteringen, die door Behrens ingevoerd zijn, hoewel hij niet duidelijk in het licht stelt, waarom deze wijze van werken zoo zeer betere resultaten geeft. Behrens legt er in dit verband den nadruk op, dat men reagens en oplossing vooral in geconcentreerden toestand bij elkaar moet brengen (Anleitung, bl. 8); maar de ondervinding leert, dat men daardoor toch niet in ieder geval tot de fraaiste kristallisaties geraakt.

Sluiten