Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik acht het reageeren op hot voorwerpglas zelve daarom van hot meeste belang, omdat de stoffen dan bijeengebracht worden in een horizontale vloeistoflaag. De invloed dezer omstandigheid moet in verband gebracht worden met de tweede bijzonderheid: dat namelijk de stof B (in den regel het reagens) in vasten vorm gebracht wordt bij de in den vloeistofdruppel in den opgelosten toestand homogeen verdeelde stof A (in den regel de onderzochte stof) en wel met behulp van een platinadraad of dun glasstaafje aan den rand van den druppel, zonder deze daarna verder te bewegen. De stof B gaat dan in oplossing en heeft gelegenheid om in de volgende minuten, niet gestoord door de zwaartekracht, rustig door diffusie zich in den druppel te verspreiden. Op de plaats, waar de stof B in den druppel werd gebracht, ontstaat van deze een verzadigde (of althans zeer geconcentreerde) oplossing en van hier uit naar de overzijde van den druppel, waar aanvankelijk de concentratie nul is, neemt zij gradueel af. Het gevolg hiervan is dat de stof B op de verschillende punten van den druppel in alle mogelijke concentraties aanwezig is. En daar de kristallisatiesnelheid van het reactieproduct, dat uit A en B moet worden samengesteld, onder overigens gelijke omstandigheden, van de concentratie van een der beide stoffen (B) afhankelijk is, zal de grootte van de kristallen, die ontstaan, verschillen naar gelang van den afstand van de plaats, waar de stof B werd ingebracht. Bij hooge concentratie is die snelheid zeer groot en daardoor ziet men dicht bij het ingebrachte reagens vaak zeer vele en zeer kleine, onbruikbare kristallen ontstaan. Heel ver van dit punt verwijderd is de snelheid van vorming zeer klein en ziet men weinige, ook nog kleine kristalletjes die door gebrek aan materiaal niet verder kunnen groeien en aanvankelijk nog klein blijven, totdat hen later door diffusie meer van de stof B bereikt. Tusschen deze beide plaatsen in bevindt zich een zóne, waar de meest geschikte'concentratie heerscht aan de stof B, zoodat de kristalletjes daar met een matige snelheid groeien en toch — ondersteld dat van de stof A overal genoeg voorhanden is - genoeg materiaal vinden om zich volledig te ontwikkelen. In deze zöne ontstaan de fraaiste en meest bruikbare kristallen voor de microchemische beschouwing.

Men kan de beschreven verhoudingen bijv. zeer duidelijk waarnemen bij de kristallisatie van caesiumstannichloride door plaatselijke bijvoeging van een korreltje caesiumchloride aan een matig geconcentreerde oplossing van stannichloride in sterk zoutzuur.

Het geval kan zich voordoen, dat bij deze wijze van reageeren

Sluiten