Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangenomen systeem van groepsscheiding te behouden. Het gebruik van zwavelwaterstof en zwavelammoniuin daarbij is geen bezwaar; want men behoeft toch niet noodzakelijk de geheele aualyse met groepsscheiding en al aan de microscopiseertafel te kunnen uitvoeren. Waar het in de practijk vaak de opsporing betreft van kleine hoeveelheden eener stof naast groote hoeveelheden van een andere (zie hier voren), is het zelfs wenschelijk om van betrekkelijk aanzienlijke hoeveelheden bij de analyse uit te gaan, hoeveelheden, die niet op het voorwerpglas behandeld kunnen worden.

Door de gewone groepsscheiding te behouden, hoeft men in do eerste plaats het voordeel van een beproefde methode, van welke de ondervinding geleerd geeft dat zij een voldoende scherpe scheiding geeft, of van welker aanklevende fouten wij ons althans behoorlijk rekenschap hebben leeren geven.

En ten tweede biedt dit het voordeel, dat bij aansluiting aan de gebruikelijke groepsscheiding ook de microchemische analyse de beste kans heeft om door de chemici meer algemeen in toepassing '"e worden gebracht.

Ik heb daarom voor elk der groepen van metalen een scheidingsmethode uitgewerkt, die ik in eenige volgende artikelen zal publi'eeren. Ik ga daarbij uit van de gedachte dat de volgende groepen van metalen op de bekende wijze zijn geïsoleerd en dat ieder van deze groepen aan de microchemische werktafel verder aan analyse wordt onderworpen.

1. De in water niet of weinig oplosbare chloriden van Ag, Hg en Pb.

2. De sulfiden van As, Sb en Sn, welke uit de zwavelammoniumoplossing door zoutzuur zijn neergeslagen.

3. De nitraten van de metalen Pb, Bi, Cu en Cd, welke door oplossing van hunne sulfiden in HNOs zijn verkregen.

4. Het sulfide van Hg, dat onoplosbaar in HNOs achterblijft en vergezeld is van zwavel, doch ook nog resten der metalen van de vorige groep kan bevatten.

5. De chloriden van Ni en Co, die als in koud HC1 onoplosbare sulfiden van de ijzergroep achtergebleven, door behandeling met HC1 -f- HNOs en afdamping zijn verkregen.

6. De hydroxyden van de driewaardige metalen van de ijzergroep : Fe, Al en Cr.

7. De in oplossing achtergebleven metalen van dezelfde groep : Mn en Zn.

Sluiten