Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

togen een voorwerpglas worden verkregen, nog gemakkelijk en zekei herkenbaar. Om het van het bij de analyse, in den regel als een sublimaat, ter beschikking staande HgCl te verkrijgen, wordt dit met eene oplossing van NajCO, bevochtigd en daarmee tot kokens verwarmd. Daardoor verandert het in grauw HgoO, dat vast aan het voorwerpglas blijft hechten, en gemakkelijk met water afgewasschen kan worden door dit langs het schuin gehouden voorwerpglas te spuiten. Na voorzichtige droging op ongeveer 1 dM. boven een miciovlammetje, geeft dit Hg.0 bij hoogere verhitting gemakkelijk een zuiver sublimaat van Hg, dat als een aanslag tegen een koud voorwerpglas kan worden opgevangen. Deze aanslag blijkt bij beschouwing onder het microscoop te bestaan uit zeer kleine korreltjes, welke echter eenvoudig door wrijving met den platinadraad tot grootere bolletjes zijn te vereenigen, die dan aan hunne bolrondheid en metaalreflex (spiegellicht afsluiten!) gemakkelijk herkenbaar zijn.

De reactie is echter (door het onvermijdelijke verlies dat met sublimatieproeven gepaard gaat) niet zeer gevoelig. Nog 10 uG (= 0,01 mG) Hg als HgCl kan op deze wijze als kwikdruppeltjes zichtbaar gemaakt

worden.

Door de splitsing Hg20 —> Hg -+- HgO blijft hierbij de helft van het kwik als rood HgO achter, dat bij de op het voorwerpglas bereikbare temperatuur (+ 500°) niet merkbaar ontleed woidt.

Past men deze werkwijze toe op sublimaten van HgCl2, dan krijgt men dus uit het gevormde HgO geen sublimaat van Hg. Dit gelukt wel na reductie met een weinig mierenzuuroplossing, waarna de aan het voorwerpglas hechtende aanslag weer gemakkelijk afgewasschen kan worden en na droging gesublimeeid.

b. Kwikjodide (Hgl2) heeft als reactieproduct van mercurizouten (HgCl.-,) met kaliumjodide voor het microchemisch onderzoek geen groote waarde. Het is in het algemeen reeds moeilijk om behoorlijke kristallen daarvan door precipitatie te voorschijn te brengen en wanneer men de beschikking heeft over eene kleine hoeveelheid kwikzout, gelukt dit zoo goed als nooit.

Precipitatie van kwikchlorideoplossingen bij gewone temperatuur gaf mij in ieder geval een zeer fijn precipitaat, dat eerst zichtbaar kristallijn werd bij kwikoplossingen van eene concentratie van + 0,1 pCt. Hg en anders alleen aan de roode kleur, die het bij opvallend licht onder het microscoop vertoont, nog was te herkennen. Omkristallisatie uit water is hier ook geen aangenaam hulpmiddel, daar de

Sluiten