Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als oplosmiddel gobiuik te maken. Men krijgt do fraaiste kristallen dooi het gepiecipiteerde AgCl met een druppel ammonia zacht te vei warmen, af te trekken en op een andere plaats van het voorwerpglas snel te bekoelen. Ook eene oplossing van ammoniumcarbonaat kan, op dezelfde wijze toegepast, daarvoor dienst doen. Op welke wijze men evenwel ook werkt, in ieder geval blijft het aantal groeicentra in de oplossing legio, waarvan het gevolg is, dat bij aanwezigheid van weinig AgCl het materiaal zich moet verspreiden en slechts zeer kleine kristalletjes optreden. Bij voldoende materiaal verkreeg ik wel kuben en octaëders tot 50 u. groot.

De invloed van andere zouten op deze kristallisatie is evenwel aanzienlijk. Behrens (1. c.) vermeldt wel enkele van deze storingen, maar juist niet diegene, welke bij de behandeling der zilvergroep te pas komen.

Hoewel loodchloride zelve bij de behandeling met ammonia slechts spoorsgewijze oplost, is het in staat om de kristallen van het AgCl te modificeeren tot kleine sterretjes, dendrietachtig uitgegroeide octaëdervormen. Vooral de invloed op kleine hoeveelheden AgCl is gioot en de herkenning van deze lijdt door de aanwezigheid van PbCl2 zeer.

Bij aanwezigheid van mercurochloride (HgCl) heeft men zich te wachten voor verwisseling met eene afscheiding van kuben aan den rand en eene niet zichtbaar kristallijne aan de oppervlakte van den afgekoelden druppel ammonia. Waarschijnlijk zijn deze het gevolg van het optreden eener mercuriamidoverbinding, want mercurichloride geeft bij behandeling met ammonia juist dezelfde kristallisatie. Bovendien wordt bij aanwezigheid van HgCl2 de kristallisatie van AgCl geheel gewijzigd. Er ontstaan dan sterk lichtbrekende mosachtige sfaerolieten, die op zich zelve karakteristiek genoeg zijn. Men kan deze stoornis door kwikverbindingen — ook nadat zij ingetreden zijn — weer geheel elimineeren door de kwikzouten van het vooi werpglas weg te sublimeeren en op het residu van AgCl (mits niet gesmolten geweest) de bewerking te herhalen. Eenmaal gesmolten AgCl (hoornzilver) is ongeschikt ter oplossing in ammonia. Men is dan op reactie b. aangewezen.

b. Zilverchromaat is bij precipitatie uit verdund salpeterzure oplossing een zeer karakteristieke vorm voor de kerkenning van zilver. De kleur wisselt vanaf lichtgeel bij zeer dunne kristallen tot granaatrood bij dikkere; de laatste bezitten een eigenaardige violette reflex

Sluiten