Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste in te zwak zure vloeistof geheel of gedeeltelijk kan medeprecipiteeren. Bekend is dat bij de quantitatieve analyse volledige scheiding zelfs van koper (dat zooveel vollediger neerslaat uit zure vloeistof) en zink niet door ééne precipitatie met H2S bereikbaar is. Men heeft er dus ook bij de qualitatieve analyse op te rekenen dat o.a. sporen zink mogelijk in het sulfidenneerslag worden aangetroffen en overigens de zuurconcentratie zoo zorgvuldig mogelijk te regelen. Noyes1) acht hiervoor eene zuurconcentratie van l°/0 HC1 (dus ongeveer V-t N) de meest geschikte. Naar mijne ondervinding 3) is een lagere zuurconcentratie, nl. van Vio~V20 N (dus ong. 0,4—0,2% HC1) meer gewenscht, welke men eenvoudig op congopapier kan controleeren, daar dit bij genoemde zuurconcentratie niet blauwgroen gekleurd wordt maar naar het violet zweemend blauw met een min of meer breede neutrale diffusie-zöne. Natuurlijk heeft men tijdens de behandeling met H2S (waarbij HC1 kan verbruikt worden, bijv. bij de aanwezigheid van ferrizout of van arseenzure, chroomzure of mangaanzure zouten, die gereduceerd worden) te letten op het handhaven van deze zuurconcentratie.

Behalve de genoemde sulfiden kan door de behandeling met zwavelwaterstof ook ferrooxalaat neerslaan, dat in koud verdund zoutzuui weinig oplosbaar is en door de reductie van eeist aanwezig feiiizout tot ferrozout in oxaalzuur bevattende oplossing kan optreden.

Bovendien bestaat hier ook mogelijkheid op de precipitatie van bariumsulfaat en strontiumsulfaat, indien bij de behandeling met H2S liTeruit H„S04 gevormd kaïl worden, hetgeen volgens Noyes s) speciaal het geval is bij aanwezigheid van ijzer, dat deze oxydatie kata-

lytisch bevordert.

De scheiding van de „zure sulfiden" (van As, Sb, Sn) van de „basische sulfiden" (van Hg, Bi, Pb, C11, Cd), die gewoonlijk wordt uitgevoerd door te digereeren met geel zwavelammonium (polysulfide),

1) A. A. Noyes en W. C. Bray, A system of qual. anal. for the common elemen'ts. Journal of Amer. chem. Soc., 1907, bl. 160—161.

2) Speciaal voor de volledige precipitatie van Pb en Cd is een geringeie zmirponcentratie noodig. Zoo bleek in N. zoutzure oplossing zelfs 10 m.u. (ood pei L. geen kleuring meer te geven met H2S, terwijl de grens van aantoonbaarheid in 1/20 N. HC1 b« 1 mGPb per 1, gelegen W;«. Voor kadmium zijn de verhoudingen nog ongunstiger. Aan den anderen kant wordt in '/w—Vai N. zoutzure oplossing zink zelve door H2S in het geheel niet geprecipiteerd, maar toch is men ook dan niet gevrijwaard voor het optreden van dit metaal in het sulfidenneerslag, daar het door de andere sulfiden (o.a. van koper) toch gedeeltelijk in de precipitatie kan worden meegesleept.

3) a. A. Noyes en W. C. Buay, 1. c., bl. 162.

Sluiten