Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met sterk zoutzuur, resp. door indampen der oplossing, zijn doel bereiken kan, is toch om bovenstaande reden de aanwending van rubidiumchloride in plaats van caesiumchloride hier van groot voordeel.

b. Het rubidiumtinchloride is iets meer oplosbaar dan het caesiumtinchloride, doch deze eigenschap is juist van groot voordeel, omdat daardoor de kristallen van het dubbelzout, ook bij de boven voor het caesiurn aangegeven omstandigheden, nog groot genoeg voor geschikte waarneming uitvallen.

Het verschil tusschen deze beide dubbelzouten is ongeveer analoog aan dat tusschen calciumsulfaat en bariumsulfaat, van welke het eerste als reactie op zwavelzuur verkozen wordt omdat zijne meerdere oplosbaarheid de ontwikkeling van grootere kristallen toelaat. Het ïubidiumtinchloride wordt dan ook op het voorwerpglas gemakkelijk 20 u groot. Toch is het, ook in zoutzuur van 25 pet., voldoende moeilijk oplosbaar, om bij matige concentraties aan tin onmiddellijk kristallisatie te geven en ook hier is (in tegenstelling met wat B. aangeeft) het reageeren in sterk zoutzure oplossing te verkiezen, omdat dit ook hier de vorming van weinige grootere kristallen in de plaats van vele kleinere kristallen in de hand werkt. Het voordeel van het reageeren met rubidiumchloride blijkt wel hieruit, dat nog veel geringere hoeveelheden dan bij aanwending van caesiumchloride als duidelijke octaëders zijn zichtbaar te maken. De gevoeligheidsgrens der reactie ligt nog beneden 0,01 pG Sn, mits men dan den kleinst mogelijken druppel aanwendt en een minimum aan reagens (RbCl) gebruikt. De sterk zoutzure oplossing geeft dan niet onmiddellijk kristallisatie, maar wel worden, nadat men heeft laten indrogen, door het residu met zeer weinig water (door beademing) te bevochtigen, ook bij de genoemde kleine hoeveelheid tin nog fraaie octaëders zichtbaar. Deze gevoeligheid is bij aanwending van CsCl in geen geval beleikbaar, doordat dan alleen een uiterst fijne precipitatie zichtbaar blijft.

Een tweede voordeel van de aanwending van rubidiumchloride is de omstandigheid dat antimoon, althans in sterk zoutzure oplossing, met RbCl veel minder snel kristallisatie van het dubbelchloride geeft dan met CsCl. Daardoor is met het eerste reagens tin naast antimoon nog in veel ongunstigere verhouding rechtstreeks aantoonbaar. Zoo geeft bij geschikte concentratie in sterk zoutzure oplossing Sn naast Sb als 1 : 100 met RbCl de reactie, nog vóórdat het dubbelzout van Sb begint te kristalliseeren, terwijl bij die verhouding met CsCl de

Sluiten