Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af te snijden en uit te spoelen met een druppel verwarmd koningswater. Deze bewerkingen gelukten mij nog zeer goed met een aanslag van 0,01 mG. metallisch kwik en het was mogelijk nog Hg in de verhouding van 1:1000 van elk der andere metalen (Pb, Bi, Cu en Cd) aan te toonen J) in het in HNOs onoplosbaar residu bij aanwending van 0,1 mG. Hg.

Daar de genoemde bezwaren (geringe oplosbaarheid van HgS en vluchtigheid van HgCl2) ook deze methode ten slotte kunnen infiuenceeren, kan het voor de opsporing van zeer geringe hoeveelheden kwik ook van belang zijn de laatste methode van onderzoek reeds vóór de bewerking met H3S in te stellen. Bij afwezigheid van edelere metalen (Ag, Pt, Au) scheidt zich op metallisch koper alleen 2) Hg af. Zoodoende kon uit eene oplossing die Hg tegenover Pb, Bi, Cu en Cd in de verhouding 1 : (100 -)- 100 -(- 100 -(- 100) als chloriden en nitraten, bevatte het kwik nog door precipitatie op koper herkend worden bij aanwending van 0,1 mG. Hg. Deze weg leidt dus sneller tot het doel dan de scheiding der sulfiden met kokend verdund salpeterzuur, indien het onderzoek speciaal op sporen kwik gericht is.

Indien kwik in het zwavelresidu niet gevonden is of blijkbaar in zeer ondergeschikte hoeveelheid, kan de verkregen oplossing der chloriden verder ook, volgens den vroeger aangegeven gang, onderzocht worden op de metalen Pb, Bi, Cu en Cd. Men zal daarbij rekening kunnen houden met de resultaten van het onderzoek der salpeterzure oplossing van de sulfiden en daardoor de analyse vaak kunnen bekorten. Het is niet te verwachten dat men hier een dezer metalen zou vinden zonder dat dit in de salpeterzure oplossing reeds was aangetroffen.

Het na uittrekking der chloriden achterblijvende deel, kan behalve uit zwavel ook nog uit BaS04, PbS04 en SnOs bestaan.

Op de beide eerstgenoemde stoffen zou het, na verbranding van de zwavel onderzocht kunnen worden (zie onder „tweede bewerking").

Evenwel is het onderzoek op Sn03 hier minder geschikt daar dit oxyde bij verwarming met sterk zwavelzuur (hier door oxydatie van een deel der zwavel met koningswater ontstaan) gemakkelijk in oplossing kan gaan, uit welke oplossing het door verdunning met water

1) Bij deze kleine hoeveelheden kan naast een sublimaat van metallisch kwik een ander van As203 (uit de reagentia afkomstig) in fraaie octaëders, soms zeer storend optreden.

2) Van bismuth is blijkbaar het potentiaalverschil mei koper (0,07 volts) te gering want dit metaal scheidt zich uit zoutzure oplossing niet op koper af.

Sluiten