Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanvankelijk ook niet meer wordt afgescheiden. Deze eigenschap verliest het Sn03 evenwel na gloeiing.

Tweede bewerking.

Deze is gericht op de aantooning van het Sn02 en kan ook dienen ter opsporing van de geringe hoeveelheden der metalen Pb, Bi, Cu en Cd, die hier nog te verwachten zijn, indien de aanwezigheid van veel Hg de aantooning van deze in de bij de „eerste bewerking" verkregen oplossing onmogelijk maakte. Intusschen kan het een zoowel als het ander in zooverre overbodig geacht worden, als toch steeds slechts een klein gedeelte der genoemde metalen hier mogelijk aanwezig kan zijn, daar zij bij de uittrekking (met zwavelammonium, resp. met salpeterzuur) voor het grootste gedeelte in oplossing zijn gegaan. Evenwel kan de aantooning van BaS04 (en SrS04) van meer belang geacht worden, daar deze bij aanwezigheid van geringe hoeveelheden Ba (Sr) onder omstandigheden (bijv. wanneer men de met H2S behandelde oplossing eenigen tijd in aanraking met de lucht heeft laten staan) de geheele aanwezige hoeveelheid dezer metalen kunnen vertegenwoordigen.l) Betreft het sporen BaS04 (SrS04) dan heeft men ook nog te bedenken, dat deze stoffen eenigermate oplosbaar zijn in salpeterzuur van 25 pCt.

Een deel van het zwavelhoudende residu wordt (liefst in een porceleinen kroesje) op den BüNSENvlam hoog verhit tot de zwavel verbrand en kwik vervluchtigd is. Wat achterblijft kan uit de oxyden van Pb, Bi, Cu, Cd, benevens uit Sn02, PbS04 en BaS04 (SrS04) bestaan.

Een klein deel hiervan kan reeds direct voorloopig worden onderzocht op de aanwezigheid van BaS04 (SrS04) door omkristallisatie uit sterk zwavelzuur (zie Behrens, Anleit, blz. 62 en 64); een ander klein deel door uittrekking met warm sterk zoutzuur op de aanwezigheid van Sn met RbCl.

De hoofdmassa wordt met salpeterzuur op het waterbad eenmaal afgedampt en het residu met verdund salpeterzuur uitgetrokken. Deze oplossing kan Pb, Bi, Cu en Cd bevatten en op deze volgens den aangegeven gang onderzocht worden.

Het onoplosbaar gedeelte wordt, ter aantooning van PbS04, met ammoniumacetaat oplossing onder zachte verwarming uitgetrokken, deze oplossing naar den anderen hoek van het voorwerpglas afge-

i) Eene verzadigde waterige oplossing van SrS04 geeft nog een weinig neerslag met ammoniumcarbonaat. Eene van BaS04 doet dit niet meer.

11

Sluiten