Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nitraat) op de beschreven wijze eenige kristallisatie'), zoodat verwisseling van deze metalen met aluminium is uitgesloten. Wel kunnen groote hoeveelheden Fe of Cr de Al-reactie beletten zoodat om deze reden eene scheiding noodig kan zijn.

Grooter bezwaar wordt in den regel opgeleverd door het algemeen voorkomen van calcium (uit de reagentiën die in glas bewaard worden) waardoor bij het instellen van de reactie, ter plaatse waar aluin verwacht wordt, een kristallisatie van gips optreedt, die vooral bij het reageeren op kleine hoeveelheden aluminium zeer hinderlijk kan zijn. Men dient zich dus van deze verontreiniging vooraf zooveel mogelijk te ontdoen.

b. Van ondergeschikt belang is de reactie met ammoniumfluoride, die o.a. het bezwaar heeft van eveneens aan ijzer eigen te zijn. Azijnzuur vertraagt deze reactie maar doet ten slotte de kristallisatie veel grooter uitvallen. Toch blijft zij in verdunde aluminiumoplossingen zeer fijn en de kristallen bereiken de grootte van 60 pas bij eene concentratie der oplossing van ongeveer 0.3 pCt. aan Al.

Men voere de reactie uit op celluloid of late de oplossing althans niet te lang op glas staan. Daar de kristallen zwak dubbelbrekend zijn is bij het instellen het gebruik van het diafragma noodzakelijk.

Reacties op chroom.

De erkenning van chroom, zoowel microchemisch als langs den gewonen analytischen weg, geschiedt regelmatig in den vorm van chroomzuur omdat daarop de reacties het meest typisch zijn en bij de analyse ter scheiding van ijzer en aluminium het chroomoxyde geoxydeerd wordt tot chroomzuur, waartoe verschillende eenvoudige wegen openstaan.

Behrens geeft voor de erkenning van het chroomzuur (1. c., bl. 102) den voorkeur aan de afscheiding van zilverchromaat of loodchromaat (zie reactie b op Ag en reactie c op Pb). Hoewel ik de waarde dezer reacties geenszins wil ontkennen, verdient hier — waar de oplossing van het chromaat ten gevolge van de scheiding in den regel sterk

J) De oorzaak hiervan ligt niet in de zooveel grootere oplosbaarheid die voor yzeraluin 1 : 5 en voor chroomaluin 1 : 7 tegen 1 : 7.5 deelen water voor het aluminiumkaliumsulfaat bedraagt. De beide aluinen van ijzer en chroom hebben evenwel een veel geringer kristallisatievermogen en blijven onder bovengemelde omstandigheden gemakkelijk in oververzadigde oplossing. Het valt evenwel niet te ontkennen dat de reactie op Al daardoor toch een gevoel van onzekerheid opwekt, waardoor eene geheel onafhankeluke microchemische aluminiumreactie niet onwelkom zou zijn.

Sluiten