Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk tot de alkalische oxydatiesmelt voor de aantooning van chroom worden overgegaan. Indien rechtstreekseh onderzoek op Al evenwel geen resultaat geeft, moet men tot de scheiding overgaan.

De hier beschreven scheidingsmethode berust hoofdzakelijk op het feit dat de hier behandelde driewaardige oxyden (F203, ALOs, Cr3Os) door hoogere temperatuur hunne oplosbaarheid in zuren allengs verliezen.

IJzeroxyde verliest reeds bij verhitting op het voorwerpglas ( + 500° C.) de eigenschap die aan het oxydehydraat eigen is om in verdund azijnzuur te kunnen oplossen. Wordt het verder in platina tot roodgloeihitte gebracht dan wordt het ook allengs *) minder oplosbaar in de sterke anorganische zuren en wel het eerst in verdund salpeterzuur, terwijl het nog langen tijd oplosbaar blijft in zoutzuur, om ten slotte, bij zeer .lang gloeien, ook daarin zoo goed als'Splosbaar te worden.

Chroomoxyde gedraagt zich ongeveer eender als ijzeroxyde, doch nadert iets meer tot het gedrag van aluminiumoxyde. Daarentegen verliest aluminiumoxyde zijne oplosbaarheid veel minder gemakkelijk. Na verhitting op de hoek van een voorwerpglas (± 500°) gaat het wel niet meer geheel in oplossing door koking met verdund azijnzuur, maar toch wel nog voor een aanzienlijk deel. Nadat het in platina eenigen tijd tot roodgloeihitte gebracht is verliest het zijne oplosbaarheid in verdund azijnzuur, maar blijft nog langen tijd oplosbaar in verdund salpeterzuur.

Van dit onderscheid laat zich nu op eenvoudige wijze gebruik maken om een partiëele scheiding van Al en Fe te bereiken, die van eene ongunstige verhouding van Al : Fe leidt tot eene oplossing waarin slechts weinig Fe naast veel Al voorkomt en waarin derhalve met reactie a het aluminium kan worden aangetoond.

Deze methode eigent zich bijzonder voor de microchemische werkwijze omdat filtratie er geheel bij vermeden kan worhen en zij zich geheel aansluit bij de alkalische oxydatiesmelt, die toegepast moet worden om chroomoxyde als chroomzuur in oplossing te krijgen.

De uitvoering geschiedt zoo, dat het uitgewasschen neerslag der oxydehydraten nog vochtig in het platinakroesje wordt overgebracht, daarin boven een klein vlammetje geheel wordt gedroogd en daarna

i) Wellicht houdt deze verandering van de oplosbaarheid in zuren, verband met het moeieliik en geleidelijk verlies van het colloidaal gebonden water van de ijzeroxydegel.

Sluiten