Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kan aangetoond worden met benzidinechloride nadat de oplossing met azijnzuur aangezuurd en behoorlijk verdund (zelden door verdamping geconcentreerd) is.

Bij het aanzuren der laatste oplossing met azijnzuur kan het voorkomen dat een neerslag ontstaat van aluminiumoxydehydraat dat als alkalialuminaat in oplossing was gegaan. Het kan gemakkelijk, nadat men het zich door zachte verwarming heeft doen samenpakken, door afsleepen van de azijnzure oplossing worden gescheiden, daarna worden afgewasschen en na oplossen in zoutzuur worden erkend als aluminium (reactie a). Evenwel ontstaat dit neerslag hier alleen bij aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden aluminium. Bij aanwezigheid van kleine hoeveelheden Al tegenover groote hoeveelheden te en Cr (bijv. 1 : (100 -f- 100)) wordt het Al alleen in de salpeterzure oplossing en niet in de alkalische oplossing aangetroffen.

Ten slotte blijft het ijzeroxyde, gemengd met resten van het aluminiumoxyde en het chroomoxyde, nog grootendeels in het kroesje achter. Het zou hier aangetoond kunnen worden nadat het door sterk zoutzuur onder verwarming in oplossing is gebracht; doch in den regel zal men aan de aantooning in een proefje vooraf den voorkeur geven. Alleen bij de opsporing van zeer weinig Fe naast zeer veel Cr kan het van belang zijn hier nog te reageeren.

De gevoeligheid waarmede het ijzer (naast Al en Cr) aangetoond kan worden laat weinig te wenschen over.

De methode is voor chroom nog steekhoudend gebleken bij eene verhouding tegenover Fe en Al van 1 : (500 -f- 500). De aantooning van aluminium is de minst gevoelige, hoofdzakelijk ten gevolge van de storing door sporen calcium die in het gebruikte salpeterzuur bij bewaring in glas onvermijdelijk zijn. Wellicht is bij beschikking over zuiverder reagentia ook deze scheiding tot een hoogere grens van gevoeligheid door te voeren. Zii gelukte mij nu nog bij eene verhouding van 1 : (250 -f- 250) van Al : (Fe Cr) en bij eene van 1 : 500 van Al : Fe. Evenwel kan men bij deze ongunstige verhoudingen het aluminium bij de precipitatie van de ijzergroep met een overmaat ammonia niet in het neerslag verwachten ten gevolge van de zeer merkbare oplosbare oplosbaarheid van aluminiumoxydehydraat in deze base en waardoor, zooals bekend is, deze sporerh aluminium bij de gewone gang van scheiding bij het magnesium te?techt komen. Ik constateerde deze gevoeligheidsgrenzen daarom aa% de nitraten der »geuoemde metalen, die door verhitting in het platinakroesje in de oxyden werden omgezet.

Sluiten