Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar het evenwel (in tegenstelling met de chromaten van Sr en Ca) in azijnzuur onoplosbaar is, is het de aangewezen vorm voor de afscheiding van Ba naast Sr en Ca (zie bij scheiding).

Het bariumchromaat kan dan omgezet worden — ten einde het door middel van reactie a te identificeeren — door het in platina te verhitten tot helder-roodgloeihitte in den Bunsen-gasvlam. Grootere hoeveelheden kunnen zoo in het platinakroesje, kleinere op het uiteinde van den platinaspatel behandeld worden. De kleur verandert dan van geel in groen door de omzetting tot BaO -f- Cr,*},. Het laatste oxyde wordt door de gloeiing zeer weinig oplosbaar (zie bij de scheiding van Pu, Al, Cr), terwijl het BaO zich gemakkelijk met verdund azijnzuur onder zachte verwarming laat uittrekken. In deze oplossing kan dan, zoo noodig na indampen, de reactie met ammoniumfluosilikaat worden ingesteld.

c. Van het door Behrens (Anleit., blz. 62) op den voorgrond geplaatste bariumsulfaat vermeld ik alleen dat de voorgeschreven omki istallisatie uit sterk zwavelzuur eene niet zeer aangename manipulatie is, die na eenige oefening wel tot een goed resultaat leiden kan, maar niet tot een bruikbaar onderscheid van Ba en Sr. Het onderscheid tusschen bariumsulfaat en strontiumsulfaat zal menigeen minder groot toeschijnen dan men uit Behrens' beschrijving zou kunnen afleiden. Door B. wordt vooral den nadruk gelegd op het verschil in grootte (SrS04 4 maal grooter dan BaS04), doch wanneer men bedenkt dat de kristallen van een dier stoffen in een zelfde preparaat zeer verschillend groot kunnen zijn en ook wel kristallen van BaS04 kunnen worden aangetroffen, die vele malen grooter ziiu dan bepaalde kristallen van SrS04, dan is het duidelijk dat het al te gewaagd is hierop een reactie, hetzij op Ba of op Sr, te baseeren.

Reacties op Sirontium.

a. Onder de kristalliseerende zouten van strontium is het chrornaat wel het meest geschikt voor microscopische herkenning, daar het een genoegzaam kristallisatievermogen bezit naast een betrekkelijk geïinge oplosbaarheid (1 : 840) in water en zich zoowel van calcium, welks chromaat in water gemakkelijk oplost, onderscheidt als van barium, doordien het in azijnzuur zeer gemakkelijk oplosbaar is. Het is evenwel niet te ontkennen dat er één bezwaar bestaat tegen deze reactie, dat is namelijk de groote veelvormigheid van dit zout. De verschillende door Behrens (Anleit., blz. 66) beschreven vormen

Sluiten