Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(prisma's, halters en kogels) zijn door Autenrieth (Ber. d. D. Chem. Ges. 37, 1904, 3882) met nog eenige (lange dunne naalden en korte hexagonale zuiltjes) vermeerderd. In het algemeen valt hiervan te zeggen dat de kristalvorm in hooge mate afhangt van de omgeving, waarin het strontiumchromaat kristalliseert, namelijk van de zouten (ionen), die naast het strontium en chroomzuur nog bovendien in de oplossing aanwezig zijn.

De grondvorm, waarin het SrCr04 kristalliseert, is waarschijnlijk die, welke door Autenrieth (1. c.) verkregen werd uit eene verdunde oplossing van strontiumnitraat, welke met kaliumchromaat eeist bij lang staan korte dikke zeszijdige prisma's oplevert, welke zoowel naar hun vorm als naar hun gedrag in gepolariseerd licht tot het hexagonale stelsel behooren. De veel langere en dunnere naalden, die bij snellere kristallisatie uit eene geconcentreerdere (3 p.Ct.) oplossing van strontiumnitraat ontstaan, en die tot schoven zijn gegroepeerd, behoeven niet noodzakelijk een tweede vorm van het strontiumchromaat te zijn, maar kunnen eenvoudig (zij vertoonen eveneens rechte uitdooving) veel smaller uitgegroeide hexagonale prisma s zijn, wat niet verwonderen kan bij de groote neiging tot vormverandering van het strontiumchromaat. De aanname van Autenrieth, dat twee modificaties (een labiele en een stabiele vorm) zouden bestaan, is niet noodzakelijk om hun kleurverschil (onder het microscoop) te verklaren, daar de dunnere kristallen door hunne geringere afmeting natuurlijk een veel lichter gele kleur moeten vertoonen. Bovendien pleit tegen deze aanname ook het feit dat ik bij bepaalde Sr-concentraties ook wel beide vormen naast elkaar zag optreden, zonder dat deze bij staan in elkaar overgingen.

Het samentreden van Sr-ionen en Cr04-ioneu in eene oplossing is trouwens voor het ontstaan van deze fraaie kristallijne vormen niet voldoende. In de eerste plaats blijkt dat het strontiumnitraat en het chloride eenigszins anders dan het acetaat met eene kaliumchromaatoplossing reageeren.

Bij het laatste ontstaan veel meer fijne en ineengedrongen vormen, die de door B. beschreven kogel- en haltervormige gedaante naderen.

Bovendien blijkt dat het ontstaan van goede kristallen (naalden) uitermate afhankelijk is van de concentratie zoowel van de neutrale strontiumoplossing als van de chromaatoplossing.

Autenrieth (l.c.) verkreeg dan ook de fraaie, door hem beschreven kristallisaties door bijeenvoeging van zeer bepaalde oplossingen deibeide reageeronde stoften. Bij de toepassing als analytische reactie

Sluiten