Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phosphaat volledig is. Door de voorafgaande verwarming worden voornamelijk de afgescheiden kristallen grooter, wat bij kleine hoeveelheden Mg, die anders - bij precipitatie in de koude — kleine kristalletjes geven, van het meeste belang is. Daar staat evenwel tegenover dat bij precipitatie zonder verwarming het volumen van de vloeistof veel kleiner gehouden kan worden, terwijl de voorafgaande verwarming een veel grooteren druppel dan 1 niM' noodzakelijk maakt.

In het algemeen krijgt men derhalve ongetwijfeld de fraaiste magnesiumreactie door de oplossing zwak ammoniakaal te maken en zonder tóeyoegjng van ammoniumchloride, bij gewone, temperatuur plaatselijk met het vaste reagens (natriumphosphaat) te bedeelen. Er ontstaan dan zeer weinig dendriten, indien de oplossing niet zeer geconcentreerd was, en op geschikten afstand van het reagens in ieder geval fraaie rhombische kristallen. Van langdurige vertraging deikristallisatie, zooals die bij de reageerbuisreactie bekend is, heeft men bij deze wijze van doen nooit last. Hoogstens kan het noodig zijn, bij zeer kleine hoeveelheden, de indroging der oplossing bij kamertemperatuur af te wachten om daarna door beademing de dubbelphosphaatkristallen uit de gemakkelijker oplosbare zouten te voorschijn te doen komen. Alleen indien de oplossing zeer rijk aan Mg was, kan de toevoeging van weinig ammoniumchloride nuttig zijn om het aanvankelijk geprecipiteerde magnesiumhydroxyde weer in oplossing te brengen, en kan het in dat geval ook noodig zijn door verdunning der aanvankelijke oplossing eene geschiktere concentratie te bereiken.

In tegenstelling met andere getallen zijn bii het magnesiumammoniumphosphaat ook de dentritische kristallisaties zeer goed bruikbaar voor de herkenning daar deze een zeer constanten habitus vertoonen.

Men bedenke dat magnesium-ammoniumphosphaat zwak lichtbrekend en zeer zwak dubbelbrekend is. De polarisatiekleuren zijn ongeveer zoo laag als bij gips en het opzoeken van kleine kristalletjes dient te geschieden met zeer nauw gesteld diaphragma.

De reactie is zeer gevoelig, hoewel de opgave van Behrens (tot 0,0012 aG per mM3; zie Anleit. bl. 43) mij overdreven voorkomt. Immers de oplosbaarheid van magnesium-ammoniumphosphaat (1:15000) eischt zelfs nog eene concentratie van 0,0070 «G per mMs in de daarvan verzadigde waterige oplossing. Ik verkreeg van 0,1 ,«6 Mg per 1 mM8 oplossing en van 0,05 ,«G Mg in 10 rnMs nog zeer fraaie reacties. Ook 0,02 «O Mg per 10 mM-1 geeft nog goed zichtbare kristallen, doch

Sluiten