Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natriumphosphaat ca ook dan blijven de kristallen nog onaanzienlijk en klein. Verdunde oplossingen slaan evenwel pas neer bij verwarming tot kokens en geven dan een veel fijner neerslag. In dat geval doet men echter beter in het geheel niet te verwarmen, doch eenvoudig bij kamertemperatuur te laten indrogen. Men verkrijgt dan weer de betere kristallisatie (zie boven) waarnaast ook sphaerolieten veelvuldig voorkomen. De reactie is dan gevoelig tot 0,5 y-G Li voor het chloride, maar slechts tot 5 ,«G Li voor het sulfaat.

Alleen de gelijktijdige aanwezigheid van magnesium kan deze lithiumreactie onbruikbaar maken. Voorafgaande scheiding door middel van barietwater wordt dan noodig. (Zie later).

Kalium en natrium storen weinig. Evenwel wordt door de aanwezigheid van ammoniumchloride het lithiumphosphaat totaal opgelost gehouden.

Citroenzuur (zie bij de reactie op Mg) doet de kristallen van lithiumphosphaat geheel achterwege blijven.

c. Lithiumcarbonaat is nog wel de meest typische vorm, waarin lithium kan worden afgescheiden. Dit slaat uit meer geconcentreerde lithimnoplossingen door natriumcarbonaat (of kaliumcarbonaat) onmiddellijk neer in stekelpuntige kogels met aggregaatpolarisatie, die soms zeer klein kunnen uitvallen. Verdundere lithiumoplossingen geven niet onmiddellijk, maar wel bij indroging en na bevochtiging met zeer weinig water dezelfde kogelvormige gewrochten, die dan mat en ondoorschijnend uitzien.

Veel fraaier reactie krijgt men evenwel met natrium, (of kalium-) bicarbonaat, waardoor niet onmiddelijk een neerslag ontstaat, maar gaandeweg, naarmate door C02-verlies aan de omgeving het bicarbonaat ontleed wordt. Er ontstaan dan hoofdzakelijk dunne kristalplaatjes van moeilijk te omschrijven, onregelmatige gedaante, die evenwel individueele polarisatie bezitten en afgezien van eene neiging om zich groepsgewijze te combineeren, zeer constant in hun optreden zijn.

Men krijgt het gevoeligst resultaat door het vaste residu van het lithiumzout te bevochtigen met eene oplossing van natrium- (of nog beter van kalium-) bicarbonaat en daarmede even te laten staan en zoo noodig langzaam te laten indrogen. Op deze wijze behandeld vormt lithiumchloride meest enkelvoudige plaatjes; het nitraat daarentegen meer stekelpuntige vormingen (tamelijk constant met zes stekels; zie de afbeelding van Haushofer, Mikrosc. React., blz. 89).

Sluiten