Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het kaliumzout met een korreltje van het reagens te zamen te beademen en direct daarna onder het microscoop waar te nemen.

Ook voor de scheiding van kalium en natrium kan het overchloorzuur of het ammoniumperchloraat van dienst zijn (zie later).

c. Over het dubbelzout van kalium met uranylacetaat, zie bij reactie a op natrium.

Over het kaliumkobaltnitriet, dat voor de rechtstreeksche meiroscopische herkenning van kalium te fijn kristalliseert, zie bij de scheidingen.

Reacties op natrium.

a. Uranylacetaat is een voortreffelijk reagens op natriumzouten en in alle opzichten gelijkwaardig met platinachloride als reagens op kalium. Men moet hier evenwel de bijna verzadigde oplossing van het reagens (eene oplossing van uranylacetaat in verdund azijnzuur van ongeveer 1 : 10) in aanraking brengen met het te onderzoeken (natrium)zout, dat door indamping van de oplossing vooraf in den vasten toestand gebracht en daarna bekoeld is. Het reagens moet daarbij in niet al te groote overmaat worden aangewend en dus eenigszins aangepast worden aan de hoeveelheid van het vaste zoutresidu. Men kan dan eene onmiddelijke kristallisatie van het dubbelacetaat verwachten ter plaatse, waar het reagens nog met het vaste, niet geheel opgeloste zout in aanraking is. Bij geringere hoeveelheden verschijnen de tetraëders evenwel pas gedurende de indamping, maar kunnen later weer door de uitkristalliseerende overmaat uranylacetaat onduidelijk of onzichtbaar gemaakt worden. Men doet daarom goed kleine hoeveelheden van het zout en van het reagens aan te wenden en het preparaat gedurende de indroging te blijven bezichtigen. Overigens kon men van een eenmaal ingedroogd preparaat de tetraëders weer te voorschijn brengen door het residu met zeer weinig water te bevochtigen (beademen), waardoor het uranylacetaat zelve het eerst, het dubbelzout het laatst in oplossing gaat. Men verkrijgt dan evenwel nooit zulk een fraai beeld als bij de eerste kristallisatie en loopt natuurlijk een grooteren kans van kleine hoeveelheden natrium over het hoofd te zien.

De gevoeligheid der reactie is zoo groot, dat bij aanwending van een zeer kleine druppel van het reagens nog wel 0,1 y.G Na (als vast zout) met zekerheid aantoonbaar is, terwijl het. residu van 0,01 «G Na alleen na indroging tetraëders te zien geeft, welke echter door

Sluiten