Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ledige, docli voldoende voor de microcheniische herkenning, ook van kleine hoeveelheden, indien het niet met andere onoplosbare stoffen gemengd is. Het voorwerpglas wordt bij deze bewerking niet geëtst. Het is evenwel niet aan te bevelen in deze oplossing op het calcium te reageeren.

Eene tweede bewerking, die voor de ontleding van calciumfluoride dienen kan, is de verhitting met sterk zwavelzuur en amorf kiezelzuur (zie boven) in den platina-lepel. Daarbij is de omzetting meer volledig en men kan het ontwijkende SiFl* opvangen tegen een dekglaasje, dat aan den onderkant van een klein waterdruppeltje is voorzien. Daarna kan hierin met NaCl het kiezelfluoorwaterstofzuur worden aangetoond.

Om het calcium aan te toonen kan men de rest in den platina-lepel afrooken en even nagloeien, om na bekoeling met warm water het calciumsulfaat te kunnen uittrekken en aantoonen, ovenals bij het onderzoek van silikaten is beschreven.

Zwavel.

Deze stof kan door verschillende organische oplosmiddelen worden uitgetrokken en na verdamping van deze tot kristallisatie gebracht. (Behrens' Anleit., blz. 122). Onverschillig welk oplosmiddel men daarbij aanwendt, heeft men altijd het bezwaar dat kjeine hoeveelheden (dunne sublimaten) zwavel steeds voor hèt allergrootste gedeelte te voorschijn komen als olieachtige druppels, die slechts uiterst langzaam tot een kristalaggregaat stollen. Tegen zwavelkoolstof, dat overigens het beste oplosmiddel voor zwavel is, bestaat het bezwaar dat dit zelve steeds een gering residu van druppelvormigen zwavel achterlaat en daarvan door rectificatie zelfs niet geheel kan bevrijd worden.

In benzol lost zwavel (althans gesublimeerde) veel te weinig op om bij verdamping daarvan behoorlijke kristallen af te zetten en zelfs bij toepassing van de kunstgroep van Behrens, — n.1. het verwarmen van het glas rondom den druppel, waardoor de oplosbaarheid iets vergroot wordt — is het moeielijk om behoorlijk ontwikkelde kristallen te krijgen.

Ik bevind mij het beste bij het gebruik van chloroform als oplosmiddel. Daarin lost zwavel voldoende op, ook zonder verwarming aan te wenden, en het laat zelve volstrekt geen residu achter.

Na de verdamping verkrijgt men zuilvormige kristallen en evenwijdige lijsten van dunne naalden, beide met rechte uitdooving. De gele rombische pyramiden ziet men niet, doch ook bij het gebruik

j.

Sluiten