Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet blijven beueden de temperatuur, waarbij de zilverhalogenen gaan smelten) een sublimaat te verkrijgen is. Indien dit het geval is, worde dit als zwavel geïdentificeerd.

2. Vervolgens wordt de achterblijvende stof met een grooten druppel

water uitgekookt, na afkoeling en bezinking de oplossing afgesleept en op den anderen hoek van het voorwerpglas onder toevoeging vau weinig azijnzuur ingedampt tot klein volumen. Men lette dan op een mogelijke kristallisatie van gips, welke bij zeer kleine hoeveelheden, door medegesleepte deelen der andere onoplosbare stof, moeilijk zichtbaar kan worden. Men neme dan tot filtratie door een papierschijfje zijn toevlucht, doch bedenke dat zeer kleine hoeveelheden gips in ieder geval bij indamping eener oplossing op glas (CaO) boven een gasvlammetje (SOs) te voorschijn komen. Zie ook 5.

3. Het van de vorige proef achtergebleven residu wordt nu gedroogd en met een druppel sterk zwavelzuur verwarmd (zie blz. 189). Men lette, na afkoeling, op een kristallisatie van bariumsulfaat, strontiumsulfaat en mogelijk ook van loodsulfaat, voornamelijk aan den rand van den druppel.

4. Daarna wordt de stof met het zwavelzuur in de trekkast hooger verhit en het zwavelzuur afgerookt (zie blz. 142). Nadezebewer king laat zich zilversulfaat (afkomstig van de zilverhalogenen) met water gemakkelijk uittrekken en daarin aantoonen.

Bovendien zijn door deze bewerking ook de oxyden van tin en antimoon en die van ijzer, aluminium en chroom beter toegankelijk geworden voor oplossing door zoutzuur en salpeterzuur.

5. Uittrekking van het residu der vorige proef, door middel van ammoniumacetaat, op de vroeger beschreven wijze (zie blz. 141-142)

levert loodsulfaat op.

Men bedenke dat kleine hoeveelheden loodsulfaat ook reeds in de

waterige oplossing (voorproef 2) zijn overgegaan.

6. Uittrekking van het residu der vorige proef met salpeterzuur, kan aluminium■ naast een weinig ijzeroxyde in oplossing brengen. Over hunne scheiding en herkenning zie bl. 93-94.

7. Uittrekking van het residu der vorige proef met sterk zoutzuur kan bovendien tinoxyde en antimoonoxyde gedeeltelijk in oplossing brengen, waarin zij met behulp van rubidiumchloride en van caesium-

Sluiten