Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij den voortgang der condensatie kan een van twee verschijnselen zich voordoen; bij lage temperatuur loopt de condensatie op de gewone wijze af; de meniscus blijft hol en stijgt geregeld, totdat de geheele buis met de vloeistofphase gevuld is. Bij hoogere temperatuur neemt men een ander verschijnsel waar: de meniscus wordt vlakker en verdwijnt eindelijk geheel onder nevelvorming. Het eerst is dit verschijnsel dooi' Cailletet'), later ook door anderen opgemerkt 2). Het bleek zich ook bij mijn proeven tusschen twee bepaalde temperaturen voor te doen: bij de laagste der twee wordt de meniscus vlak in de top van de buis en verdwijnt juist op het oogenblik, dat de buis met de dichtere phase gevuld is; de bovenste temperatuurgrens van het verschijnsel heet de kritische temperatuur; vlak hieronder ontstaat nog een minimale hoeveelheid vloeistof, waarvan de meniscus echter door drukvermeerdering onmiddellijk verdwijnt.

De vraag, welke de oorzaak van het verschijnsel is, was tot nog toe niet opgelost: de toepassing van de theorie van Van der Waals geeft hier echter een oplossing aan de hand, waarvoor de weg door hemzelven reeds werd aangeduid3). Hij stelt zich voor, dat men van af de kritische temperatuur van het eene bestanddeel

1) Compt. rend. 90.

2) Van der Waals. Continuïtat, u.s. w. Andrews Phil. Trans 178.

3) Van der Waals. Arch. Neerl. 24 p. 54 verv.

Sluiten