Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een bepaald mengsel het verschijnsel van de „verdwijning van den meniscus plaats vindt tusschen twee verschillende temperaturen: en dat voor mengsels, wier samenstelling in bepaalde richting van het eerste afwijkt, de beide grenzen zich ook regelmatig verplaatsen. Zoo werd bij het mengsel, dat i/4 C03 bevatte, het verschijnsel waargenomen tusschen 115° en 123°, bij dat van 1 /2 O02 tusschen 75° en 97°.1, bij s/4 C03 beneden 65 .4 enz. Gemakkelijk kan men dus de gevolgtrekking maken, dat het verschijnsel zich bij éen temperatuur n°g bij mengsels van verschillende samenstelling, weder tusschen bepaalde grenzen gelegen, voordoet. Men kan dus niet aannemen, dat de verdwijning het gevolg daarvan is, dat de beide phasen allengs tot elkaar naderen en ten slotte in het plooipunt zelf samenvallen. Aan dit punt toch beantwoordt slechts éen x en alleen door het mengsel van die bepaalde samenstelling kan het plooipunt bereikt worden. Men zou nu echter de verdwijning daarin kunnen zoeken, dat bij decompressie de dichtheden (volumina) der phasen aan elkander gelijk geworden zijn. Dit is de verklaring, die indertijd Jamin ') voordroeg. Ook hij wees er reeds op, dat er dan in werkelijkheid twee phasen aanwezig zouden blijven van verschillende samenstelling, die toevallig, doordat ze gelijke dichtheid

1) Compt. rend. 96.

Sluiten