Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter slechts in zooverre, als noodig is oin ons te oriënteeren op het terrein, waarop ons onderwerp zich beweegt.

Daarna zetten wij in Hoofdst. III de sociale quaestie uiteen, gelijk zij ons tegenwoordig wordt gesteld.

Dan moet de oplossing gezocht worden. Maar daar worden ons verschillende stelsels aangeboden. Om daaruit de juiste keuze te kunnen doen, moeten de christelijke beginselen, waarvan hier alles afhangt, ons helder en klaar voor den geest staan. Deze beginselen raken vooral de leer omtrent den staat, het recht in het algemeen en het eigendomsrecht in het bijzonder. Hierover handelen de Hoofdst. IV, V en VI.

Komen thans aan de beurt de voorname sociale stelsels: het liberalisme in Hoofdst. VII, het socialisme in Hoofdst. VIII, en het katholieke stelsel, dat wij over de vier laatste hoofdstukken hebben verdeeld. In Hoofdst. IX bespreken wij de sociale werking der Kerk in het algemeen. Dan in bijzonderheden afdalende, beschouwen wij in Hoofdst. X het arbeidscontract, waaruit de verhouding tusschen patroon en arbeiders voortkomt, in Hoofdst. XI de staatsbemoeiing en in Hoofdst. XII het particulier initiatief.

En hiermede oordeelen wij ons werk genoegzaam ingeleid.

Sluiten