Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan voldaan worden. Al wat hem daartoe nader brengt, liet moge voor sommige zijner lagere verlangens aangenaam zijn of niet, is overeenkomstig zijne natuur van menscli; al wat hem daarvan afleidt, is met die natuur in strijd. Die waarheid, zoo gewichtig, omdat zij 's menschen volledig bestaan zoowel het tijdelijke als het eeuwige bepaalt, moet geheel zijn leven met al zijn doen en laten beheerschen. Als eenling en als maatschappelijk wezen heeft hij geen ander einddoel dan zijn eeuwige zaligheid. Onmiddellijk moge hij een onvolmaakt goed nastreven, maar het einddoel blijft hetzelfde. Zijn blinde hartstochten mogen hem verlokken elders zijn geluk te zoeken, zijn verstand en wil moeten hem in het spoor houden. Het is de grondwaarheid, waarop de beoordeeling van al zijne handelingen steunt.

3. Leiden wij uit die waarheid af, wat den mensch te doen staat in zijn tijdelijk leven. Dewijl het volmaakte geluk niet te vinden is op aarde, maar ons hiernamaals wacht, moet dit leven eene voorbereiding zijn voor de eeuwige zaligheid. En dewijl dit doel hem als mensch is voorgesteld, moet hij daarheen ook als mensch streven, d. w. z. door vrijwillige handelingen. Zijne vrijheid stelt hem in staat over zijn eeuwig lot te beslissen en, tegen den eisch zijner natuur in, zijn eeuwig geluk te verbeuren. Waarin die vrijwillige voorbereiding bestaat, ligt uitgedrukt in het woord van den Zaligmaker: „Zoo gij het leven wilt ingaan, onderhoud de geboden." *) Een deugd-

') Matth. XIII, 17.

Sluiten