Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetten bestudeert, volgens welke de mensch, vrij handelend in de burgerlijke maatschappij naar de regelen van recht en zedelijkheid, de rijkdommen voortbrengt, verdeelt, verruilt en verbruikt.

Het woord „economie," uit het Grieksch overgenomen, beteekent eenvoudig de kunst van huishouden. Oorspronkelijk gezegd van het huisgezin, is het later toegepast op de huishouding van den staat. Eene vrouw zal men als bekwaam huishoudster prijzen, wanneer zij uitmunt in de behandeling der stoffelijke belangen van haar gezin. Eene godsdienstige vrouw is nog niet daarom bekwaam in de huishouding. Door hare kinderen naar goede scholen te zenden, levert zij niet een bewijs van haar huishoudelijk talent. Dit heeft alleen betrekking op het beheer der stoffelijke zaken van haar gezin.

Deze herkomst van den naam leert ons, wat de daaronder aangeduide wetenschap behandelt. De beoefenaar der staathuishoudkunde neemt tot voorwerp zijner studie de stoffelijke goederen der maatschappij. Daaraan geven vele economisten den naam van „rijkdommen". (Zie de definitie van Minghetti). Dewijl echter aldus onder het woord „rijkdommen" een geheel andere beteekenis geschoven wordt, dan het heeft door het gebruik, spreken wij liever van „stoffelijke goederen of belangen." Boven (n'. 3) hebben wij op de noodzakelijkheid van aardsche goederen voor den mensch, zelfs voor zijn hoogere belangen, gewezen. Al zijn zij niet het „eenig noodige", zij vormen een allergewichtigsten factor voor het maatschappelijk leven. Welnu, het is de economie, die zich met de studie daarvan bezig houdt.

Sluiten