Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemde landen. De handel schept dus niet een nieuw nut, maar verhoogt het nut in waarde voor den niensch, en geeft aan de dingen hun laatste voorwaarde om onmiddellijk voor het verbruik te dienen.

24. Op de vraag, welke de voortbrengende krachten zijn, weten sommigen alleen den arbeid en wel bepaaldelijk den lichamelijken arbeid te noemen als eenige voortbrengende oorzaak der economische goederen, als schepper van allen rijkdom. De onjuistheid daarvan springt in het oog. Naast en met den arbeid werkt ook de natuur mede; zoodat wij twee voortbrengende oorzaken moeten aannemen: de natuur en den arbeid. De vrucht, het uitwerksel der economische voortbrenging is eene nuttigheid, die in eene stoffelijke voldoening voorziet. Welnu zulk eene nuttigheid verkrijgt men ofwel door de voortbrenging van de zaak zelve, die nuttig is, ofwel door eene reeds bestaande zaak nuttig te maken. De niensch echter kan door zijn arbeid de nuttige zaak zelve niet scheppen. Delfstoffen, planten en dieren zijn goederen van het hoogste nut, wij kunnen er zelfs in het geheel niet buiten; maar die ontvangen wij van de natuur. De mensch kan alleen eene bestaande zaak voor het gebruik geschikt maken. Hij kan laken bereiden en daarvan kleeren maken, meel malen en daarvan brood hakken; maar de wol voor de kleeren en de tarwe voor het brood nam hij van de natuur. Met recht bewonderen wij de ontzettende voortbrengingskracht van den mensch, maar het is toch altijd een bewerking van stoffen, door de natuur geleverd. Omgekeerd is het ook waar, dat de

Sluiten